Herinnering
Slechts enkele leden van de families Levenbach, Tal en Reiner overleefden de Holocaust. Andere Joodse families werden volledig uitgeroeid. De meeste vermoorde Joden hebben geen eigen graf. Hun lichamen werden verbrand of begraven in massagraven. Tegenwoordig zijn er gedenktekens geplaatst op de plekken waar de moorden hebben plaatsvonden.
De meeste overlevenden keerden na de oorlog Duitsland en Europa de rug toe. Velen emigreerden naar Israël of de Verenigde Staten.
Wie van Abs familie van vaderskant overleefde de Holocaust?
Ab en Marco waren de enige leden van de familie Reiner die de Holocaust overleefden, en daarnaast nog een zus van hun vermoorde vader.
© Privébezit familie Rinat
Jo Reiners zus Renée (vierde van rechts, staand) was het enige familielid dat de Holocaust overleefde.
Al zijn andere zussen werden in 1942 vermoord in concentratiekamp Belzec: Tusia (links), Luisa (derde van rechts), Cesia (derde van rechts, zittend) en Rozia (twee van rechts, staand).
Jo Reiner werd op 7 februari 1945 in Hollandscheveld (Drenthe) vermoord toen de nazi’s ontdekten waar hij en zijn gezin zaten ondergedoken.
Jo Reiners stiefmoeder, Rachel, was al in 1930 overleden; zijn vader, Ephraim, overleed in 1941.
Waren er ook overlevenden uit de familie van Abs moeder?
Abs moeder Lou en zijn neef Sol waren de enige overlevenden van de familie Goldberg. Lou’s vier zussen en haar moeder Eva werden, evenals haar broer, vermoord tijdens de Holocaust.
© Privébezit familie Rinat
Abs tante Gusti en haar man Czarny Cohn werden vanuit Westerbork gedeporteerd naar Sobibor, waar zij in de zomer van 1943 werden vermoord.
Hun zoon, Arthur Cohn, werd in Amsterdam opgepakt tijdens een razzia en in januari 1943 geïnterneerd in kamp Vught. In november 1943 werd hij overgebracht naar Westerbork en vervolgens gedeporteerd naar Auschwitz, waar hij op 31 januari 1944 om het leven kwam.
Hoe herdacht Ab zijn vader Jo en zijn tantes?
Ab miste zijn vader en zijn tantes heel erg, en zag ook dat zijn moeder vreselijk leed onder het verlies van haar man, haar zussen Eva en Gusti, en haar familie in Krakau.
© Privébezit familie Rinat
Transcriptie
Moge hun zielen gebonden worden in de bundel van het eeuwige leven.
Op Jo Reiners graf op de Joodse begraafplaats te Muiderberg ligt een gedenksteen voor Lou Reiner-Goldbergs familieleden die uit Nederland werden gedeporteerd.
Haar zussen Eva en Gusti, Gusti’s echtgenoot Abraham (‘Czarny’) en hun zoon Arthur Cohn worden daar genoemd.
Tante Eva werd gemist. Ik miste haar. Ik verlangde naar haar plezierige en geruststellende aanwezigheid in ons huis. Weiter
Ik had het gevoel dat ik haar iets schuldig was en dat ik haar nooit zou kunnen terugbetalen – voor haar vriendelijkheid, voor haar hulp. Ze was als een tweede moeder voor me. Zij en mam hadden een hechte band en konden heel goed met elkaar opschieten. Nu kwam alles op moeders schouders terecht, en moesten we haar helpen. Een moeder die niet alleen haar man en haar geliefde zus was verloren, maar ook vier andere zussen en een broer zonder dat ze precies wist wat hen was overkomen. De enige die de oorlog overleefde was een zwager van haar, Pineck, de man van haar jongste zus Erna. Na de oorlog nam hij contact met ons op. Hij was in Parijs geland voor een tussenstop op weg naar New York. Onze moeder en wij drie jongens waren de enige familie die hij nog had. In de vroege jaren 1960 heeft ze hem in de Verenigde Staten opgezocht. Bij zijn overlijden liet hij ons drieën zijn schamele bezittingen na.
Ter nagedachtenis aan mijn vader Jo Reiner wil ik kort iets zeggen dat ik niet heb gezegd bij zijn begrafenis in Muiderberg. Weiter
‘Wij zullen nooit vergeten wat je voor ons hebt gedaan in het normale leven en in tijden van gevaar. De vreselijke tragedie die heeft plaatsgevonden zette ons leven op zijn kop en bracht een kant van jouw persoonlijkheid naar boven waarvan ik mij als jongen niet bewust was. Mijn gevoelens en liefde voor jou zijn verdiept. Wij zullen ons leven voortzetten in de geest van wat jij hebt gedaan. Moge jouw ziel gebonden worden in de bundel van het eeuwige leven.’
Elk jaar staan Marco en ik stil bij de dag dat onze vader Jo Reiner op vierentwintig sjevat overleed. Ik ga naar de synagoge en zeg kaddisj voor mijn vader. We bellen elkaar, en ook Sol uiteraard. Ik steek een herdenkingskaars aan. Sol belt altijd op 7 februari; de gregoriaanse datum zegt hem meer.
Hoe eerden de familie Reiner en Sol Kimel degenen die hen hadden geholpen?
Ab, Marco, hun moeder Lou en hun neef Sol zorgden ervoor dat Jan en Jo van der Helm werden onderscheiden als ‘Rechtvaardige onder de Volkeren’. Het herinneringscentrum Yad Vashem in Israël verleent deze eretitel aan niet-Joden die tijdens de Holocaust Joden hebben gered.
© Privébezit familie Rinat
Transcriptie
Jan v. d. Helm.
Geb. 15 aug. 1911 - Ovl. 7 feb. 1945.
Joh[annes] 3;35 A.
J.v.d. Helm-Moes
Arend en Albert.
Op 12 december 1967 werd Jan en Jo van der Helm de eretitel Rechtvaardige onder de Volkeren verleend omdat zij de familie Reiner en Sol Kimel bij hen in huis hadden laten onderduiken.
Uit het privearchief van Ab Rinat. Originele herkomst onbekend
Sinds de avond waarop onze buurman dr. Zubli ons redde door tegen de Gestapo te zeggen dat Marco roodvonk had, hebben we geen contact meer met hem gehad. Weiter
Jarenlang had men ons doen geloven dat hij eigenlijk niet zuiver op de graat was – hij zou een opportunist zijn, een nazisympathisant zelfs – en dat zijn edele gebaar die avond slechts bedoeld was om zijn reputatie te herstellen. In werkelijkheid bleek echter het omgekeerde het geval te zijn: de geruchten als zou hij een collaborateur zijn waren juist een uitstekend alibi voor zijn werk in de illegaliteit.
© United States Holocaust Memorial Museum, Washington D.C., Gift of the Estate of Julius de Clercq Zubli, Accession Number: 2004.554.1
Meer dan vijftig jaar na de oorlog keerden Sol, Marco en ik terug naar de buurt in Amsterdam waar we hadden gewoond voordat we onderdoken. Weiter
We klopten aan bij onze voormalige bovenburen aan het Daniël Willinkplein, dat sinds 1946 Victorieplein heet. Diezelfde buurvrouw woonde daar nog steeds. En ze kon zich ons herinneren. Ongelooflijk. Maar nog verbazingwekkender was wat ze vertelde over onze voormalige buurman dokter Zubli: hij was Joodse patiënten blijven behandelen ook nadat de nazi’s hem dat hadden verboden. Hij zorgde er ook voor dat onderduikers voedselbonnen kregen. In mei 1944, toen hij een verzetsleider behandelde, Gerrit Jan van der Veen, was hij samen met zijn patiënt opgepakt. Van der Veen werd gefusilleerd en Zubli belandde in concentratiekamp Sachsenhausen.
Na de oorlog keerde hij terug naar Amsterdam en hervatte zijn huisartspraktijk.
Ter gelegenheid van zijn pensionering deden dokter Zubli’s Joodse patiënten hem een reis naar Israël cadeau. De reis heeft hij niet kunnen maken, want hij overleed vroegtijdig in 1967. Na het bezoek aan onze oude buurvrouw was ik vol bewondering voor de man, maar betreurde het ook zeer dat ik na de oorlog geen contact met hem had gehad.
Naarstig verzamelde ik alle gegevens die nodig waren voor herinneringscentrum Yad Vashem, en op 18 maart 2001 werd dokter Julius De Clercq Zubli onderscheiden als Rechtvaardige onder de Volkeren.
Hoe herdacht Annelie haar beide ouders die in Bergen-Belsen en Tröbitz waren omgekomen?
Annelie’s moeder werd begraven op de Joodse begraafplaats in Tröbitz, in het oosten van Duitsland. In 1949 werd haar gebeente overgebracht naar de Joodse begraafplaats in Muiderberg bij Amsterdam. In het opschrift wordt ook haar vader genoemd, die in concentratiekamp Bergen-Belsen was bezweken.
© Privébezit familie Tal
Transcriptie
Ter herinnering. Hier rust Elisabeth Levenbach-Goudeket
Overleden te Tröbitz
3 siewan 5705
15 mei 1945
Echtgenote van Adolf Levenbach
Overleden in Bergen-Belsen
17 adar 5705
2 maart 1945
Moge hun zielen gebonden worden in de bundel van het eeuwige leven.
Op zeventigjarige leeftijd begon Annelie haar herinneringen aan het papier toe te vertrouwen – verhalen over haar ouders, haar familie, herinneringen aan de oorlog en het leven van alledag. Die verhalen werden later gebundeld in een boek dat een overzicht gaf van haar leven en een aandenken was aan haar ouders.
© Privébezit familie Tal
© Privébezit familie Tal
Wanneer bezochten Chanan en No’omi het graf van hun vader voor de eerste keer na 1945?
Chanan en No’omi bezochten Tröbitz voor de eerste keer in 1992, drie jaar na de val van de Berlijnse Muur. In 2015 hadden zij Sander Tals graf aan de spoorlijn tussen Tröbitz en Falkenberg diverse malen bezocht.
© Privébezit familie Tal
In september 1992, na de val van de Berlijnse Muur, bezochten Chanan en ik de plek waar onze vader was begraven. Weiter
Op de luchthaven van Berlijn huurden we een auto en reden 100 kilometer naar het zuiden. We parkeerden bij de spoorbaan en liepen naar kilometerpaaltje 101.6. Aan de linkerkant, aan de rand van het bos, vonden we een grote grafsteen met de zestien namen van de doden die hier waren begraven; ook de naam van onze vader stond op de gedenksteen.
© Privébezit familie Tal
In de omgeving van Tröbitz bevinden zich verschillende massagraven waar de doden van het Verloren Transport zijn begraven. Eén ervan is bij kilometerpaal 101.6. Op het gedenkteken staan de namen van zestien doden vermeld, ook die van Sander Tal. Het monument was een initiatief van Tom Keleman, die op zoek was naar het graf van zijn vader, Bela Keleman. Bela Keleman overleed op 20 april 1945 en Sander Tal op 21 april 1945.
De gemeente Langennaundorf onthulde het monument op 23 april 1989, precies vierenveertig jaar nadat de gevangenen uit de trein werden bevrijd. Sindsdien vindt elk jaar een herdenkingsbijeenkomst plaats.
Degene die had geholpen bij het vinden van het massagraf waar onze vader en Tom Kelemans vader zijn begraven was een inwoner van Tröbitz, die vertelde hoe hij als kind had gezien dat vlakbij kilometerpaal 101.6 een groot aantal doden werd begraven.
© Privébezit familie Tal
In september 1992 maakten Chanan en ik kennis met Erika Arlt. Het was de dag nadat we het graf van onze vader bij Langennaundorf hadden bezocht. Weiter
De nacht brachten we door in de auto, die we hadden geparkeerd op de plaats waar bijna vijftig jaar geleden de trein tot stilstand was gekomen. We sliepen in de auto omdat we geen onderkomen hadden kunnen vinden in wat twee jaar tevoren nog de Duitse Democratische Republiek (DDR) was geweest. De volgende morgen gingen we naar de Joodse begraafplaats, die in april 1945 was gesticht. Twee vrouwen waren er met harken aan het werk. We stelden ze een paar vragen, en ze zeiden dat we ons het beste tot mevrouw Arlt konden wenden. Toen we ons naar haar huis begaven, bleek dat iemand ons al had opgemerkt en haar over de buitenlandse bezoekers had ingelicht: ze kwam ons op de fiets tegemoet rijden.
© Gaudlitz/Gedenkstätte Bergen-Belsen, Nr. 12981
We konden het meteen goed met elkaar vinden. Erika Arlt vertelde ons dat ze altijd een antifascist was geweest, net als haar man, en dat ze sinds de jaren vijftig in Tröbitz woonden. Weiter
In de loop der jaren hadden zij en haar man Richard de verschillende massagraven en de Joodse begraafplaats onderhouden. Ze legde de geschiedenis van het Verloren Transport vast in een brochure getiteld ‘Nooit vergeten’. Nadat het gebied na de Duitse hereniging toegankelijk werd en de overlevenden van het Verloren Transport en hun families de plek kwamen bezoeken, begon Erika Arlt intensief te corresponderen met iedereen die het Duits machtig was. Regelmatig deed ze verslag van de jaarlijkse herdenkingsbijeenkomsten in de streek en stuurde interessante krantenknipsels op en verzond nieuwjaarskaarten.
Wanneer wij Tröbitz bezochten, was ze er altijd voor ons. Het was telkens heel plezierig om haar weer terug te zien. Ze zei altijd keurig ‘mevrouw’ en ‘meneer’ tegen ons en natuurlijk spraken wij haar aan met ‘mevouw Arlt’. Dit hebben we maar zo gelaten aangezien zij de oudste van ons was.
De laatste keer dat ik Erika Arlt zag, in april 2015, noemde ze me bij mijn voornaam en zei ‘Noomi’ tegen me. Ze gaf me een klein vlindertje dat ze had gebreid. Ze overleed in november dat jaar. Ik zal haar nooit vergeten.
© Privébezit familie Tal en familie Rinat
In april 2015 bezochten Chanan en No’omi met hun families het massagraf waarin Sander Tal werd begraven. No’omi hield een toespraak en daarna zei Chanan kaddisj, het Joodse gebed voor de doden.
Benadrukken dat we allemaal mensen zijn – ten goede of ten kwade – is voor mij het allerbelangrijkste. Weiter
De Holocaust vond niet op een ‘andere planeet’ plaats en deze misdaad werd niet door ‘duivels’ gepleegd. We moeten beseffen dat iedereen ten prooi kan vallen aan morele verwording: niemand is meer waard dan een ander, niemand is boven de ander verheven. Hiervan zouden we ons altijd bewust moeten zijn (wat helaas niet het geval is).
Hoe herdacht de familie Tal Ruth in Bergen-Belsen?
In 1994, vijftig jaar na Ruths overlijden, plaatsten Chanan en No’omi een gedenksteen ter nagedachtenis van hun zusje Ruth op het terrein van de Gedenkstätte Bergen-Belsen.
© Privébezit familie Tal
Transcriptie
Amsterdam
Bergen Belsen
5.12.1932 – 3.1.1945
Moge haar ziel gebundeld worden in de bundel van het eeuwige leven
We plaatsten de gedenksteen op de plek waar barak 21 had gestaan. Weiter
De tekst op de steen luidt:
‘Zij zullen terugkeren,
Zullen weer gehoord worden.
De liederen herinneren aan de doden.
En zijn hoopvolle verwachtingen voor de levenden.’
(Russisch liedje)
Deze woorden zijn uiteraard ook ter nagedachtenis aan onze vader.
In concentratiekamp Bergen-Belsen werden de lichamen van overleden gevangenen gecremeerd of begraven in massagraven. Markeringen of plaquettes die herinneren aan individuele slachtoffers zijn daarom heel belangrijk voor hun families.
© Martin Bein / Gedenkstätte Bergen-Belsen
Op het terrein van de Gedenkstätte Bergen-Belsen zijn honderden gedenkstenen geplaatst in het gedeelte dat is gewijd aan degenen die in het kamp om het leven zijn gekomen.
Elk jaar komen er gedenkstenen en markeringen bij.
Maar de Gedenkstätte Bergen-Belsen is honderden of duizenden kilometers verwijderd van de plaatsen waar degenen die zijn vervolgd en vermoord voor het laatst in vrijheid hebben geleefd. Gedenktekens zoals Stolpersteine (‘struikelstenen’) of gedenkplaten zorgen ervoor dat zij niet worden vergeten in de dorpen en steden waar zij hebben gewoond.
Wat herinnert tegenwoordig in Amsterdam nog aan de families Tal en Reiner?
De families Tal en Rinat gingen in september 2025 naar Amsterdam om meerdere struikelstenen te plaatsen: één voor het huis waar de familie Reiner had gewoond en zeven voor het huis waar de familie Tal had gewoond. No’omi hield bij deze gelegenheid een toespraak.
© Privébezit families Tal en Rinat
© Privébezit families Tal en Rinat
Transcriptie
Geb. 1932
Opgepakt 29-9-1943
Gedeporteerd 11-1-1944 uit Westerbork
Bezweken 3-1-1945 Bergen-Belsen
Hier stonden we tweeëntachtig jaar geleden ook, daags voor Rosj Hasjana (Joods Nieuwjaar). Weiter
We waren met z’n zevenen: oma Netta, die bij ons was om bij ons de vakantie door te brengen, en vader Sander, moeder Fré, Marion, Chanan, Ruth en ik, No’omi.
Hier stonden we nadat we door Duitse soldaten en Nederlandse politieagenten waren opgepakt en we te horen kregen dat we naar doorgangskamp Westerbork werden overgebracht.
© Privébezit families Tal en Rinat
Na bijna twee jaar kwamen we hier in juni 1945 terug, zonder vader en zonder mijn beste vriendin, mijn tweelingzus Ruth. Weiter
We moesten opnieuw beginnen, zonder vader en zonder Ruth. We wisten dat we niet lang in Nederland zouden blijven: Marion zou naar haar vader in de Verenigde Staten gaan, en Chanan en ik zouden uiteindelijk naar de nieuwe staat Israël emigreren. Daar, zo dachten we, zou het onrecht uit het verleden niet worden herhaald: er zou geen racisme, geen discriminatie en geen vervolging zijn. Niet tegen ons gericht, en zeker niet door ons begaan.
We dachten dat de mensheid haar les had geleerd en dat er vrede tussen de landen zou heersen, maar als snel drong het tot ons door dat we het bij het verkeerde eind hadden. Overal op de wereld wordt voortdurend oorlog gevoerd en vallen er ontelbare slachtoffers.
Is er een uitweg uit deze verschrikkelijke toestand? Is er een weg die naar vrede leidt?
Uit de geschiedenis, en uit onze ervaringen in het leven, moeten we leren hoe we de problemen die zich aandienen het hoofd moeten bieden.
Dit betekent vooral dat we de moed moeten hebben de feiten onder ogen te zien, zonder ons te laten verblinden door vooroordelen en dat we ons moeten blijven verzetten tegen wetteloosheid.
In een poging ons aanhoudende conflict met de Palestijnen tot een oplossing te brengen moeten we ons laten leiden door het principe van onze gemeenschappelijke menselijkheid, en niet door een bepaalde ideologie, hoe nobel die ook moge zijn.
De ervaring van de Holocaust spoort ons aan om zowel te herdenken als te handelen. Meer in het bijzonder om op te treden tegen ontmenselijking, tegen het zwijgen, en om de regels te verdedigen die het leven en de menselijke waardigheid ook tijdens conflicten beschermen.
Welke conclusies hebben No’omi en Ab, Annelie en Chanan getrokken uit hun oorlogservaringen?
No’omi en Ab, Annelie en Chanan zijn in hun leven onder meer bezig geweest met het leren begrijpen van de grotere betekenis van de Holocaust. Zij kozen ervoor zich politiek te engageren en op te komen voor mensenrechten en vrede, en zich uit te spreken tegen onrecht.
© Privébezit familie Rinat
Je moet je ervan bewust zijn wat er gebeurt, vooral in je eigen land, zodat je later nooit hoeft te zeggen: ‘Dat heb ik niet geweten.’ Sluit je ogen niet! Als lid van de samenleving moet je tot handelen overgaan als je meent onrecht te bespeuren.
© Privébezit familie Rinat
Mijn leven lang heb ik mij laten inspireren door degenen die ons hebben gered, mensen die hun angsten niet zwaarder hebben laten wegen dan hun betrokkenheid bij anderen. Zij handelden vanuit een sterke overtuiging: ‘Mensen in nood kun je niet aan hun lot overlaten.’
© Privébezit familie Tal
Wij zijn gered doordat we geluk hadden, we kenden mensen, we hadden Palestina-certificaten (…) Dit moet je altijd beseffen, en het is zaak mensen te steunen die het minder goed getroffen hebben.
© Privébezit familie Tal
Wij die in extreme mate discriminatie en racisme hebben ondervonden, moeten de mensenrechten beschermen en respect hebben voor anderen, ook al zijn het vreemden en zelfs al zijn het tegenstanders.
Bedankt dat je over deze vragen hebt willen nadenken.
En bedankt dat je onze verhalen hebt gelezen.