Arrestatie
In de zomer van 1942 begonnen de Duitse bezetters steeds grotere aantallen Joden op te pakken. Hen werd gezegd dat ze in Duitsland tewerkgesteld zouden worden. Er deden echter al geruchten de ronde over de ware bestemming van de transporten, vandaar dat de Nederlanders wantrouwend waren. De families Tal, Levenbach en Reiner voelden het gevaar en zochten naar manieren om zich te beschermen.
Wanneer begonnen in Nederland de transporten naar de vernietigingskampen?
Het eerste transport vertrok op 15 juli 1942 uit doorgangskamp Westerbork in Drenthe. De trein vervoerde 1135 Joodse mannen, vrouwen en kinderen. Eindbestemming was het concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz.
© Collectie Joods Museum, Amsterdam, No. D002526
Het Centraal Bureau voor Joodse Emigratie was door de Duitse bezetters in het leven geroepen. Het bureau gaf de Joodse Raad opdracht de oproepen tot tewerkstelling in Duitsland te versturen.
De eerste oproepen werden op 5 juli 1942 verstuurd aan voornamelijk Duitse en andere niet-Nederlandse Joden. Anders dan de bezetters beweerden, gingen de transporten in de zomer van 1942 niet naar werkkampen in Duitsland, maar naar het concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz.
Veel Joden stonden wantrouwend tegenover de oproepen en maar enkelen kwamen opdagen bij de verzamelpunten. De Duitse bezetters verhoogden daarop de druk op de Joodse Raad, maar namen ook hun toevlucht tot andere middelen: ze gingen over tot razzia’s of pakten Joden ’s avonds thuis op.
Ida Estella Mathilda van Raalte-Simons, in 1895 geboren in den Haag, overleefde de Holocaust. Ze overleed in 1987 in den Haag en werd 92 jaar oud.
In de zomer van 1942 begonnen er mensen te verdwijnen. Sommigen kregen een oproep zich te melden om in het Oosten te gaan werken; anderen werden op straat opgepakt. Enkelen lukte het onder te duiken.
Door wie werden de Levenbachs opgepakt?
Annelie, haar broer Joost en haar ouders waren op weg naar huis toen zij door de Nederlandse politie werden opgepakt. Ze waren net afgestapt van het pontje over één van de Amsterdamse grachten.
© Verzetsmuseum Amsterdam, Beeldbank WO2, No. 111325
De Hollandsche Schouwburg was een theatergebouw in Amsterdam dat de bezetters op 20 juli 1942 in gebruik namen als verzamelplaats voor Joden. Hier hielden zij Joodse mannen, vrouwen en kinderen gevangen die aan de oproepen voor transport naar kamp Westerbork of kamp Vught gehoor hadden gegeven. Ook Joden die in de stad waren opgepakt werden hier geïnterneerd. Het theatergebouw was vaak overvol. Sommigen zaten hier vele dagen. Ongeveer 46.000 Joden zijn van hieruit op transport gesteld.
Op een avond stapten we van de pont af en werden we door de Nederlandse politie aangehouden. Weiter
We werden overgebracht naar de Hollandsche Schouwburg, van waaruit alle Joden naar de kampen werden gestuurd. We zaten daar vanaf 8 uur ’s avonds tot half 1 ’s nachts, toen ze onze namen oplazen en we naar huis mochten. Natuurlijk waren we heel blij, maar het was afschuwelijk om de mensen te zien die achterbleven en die naar Westerbork werden gestuurd.
Thuis zaten mijn nichtje Else en oom George en tante Martha op ons te wachten. Ze hadden zich ongerust gemaakt en waren bang dat we op transport waren gesteld.
De volgende dag ging ik weer naar school.
Waarom werden de Levenbachs na hun arrestatie weer vrijgelaten?
Annelie’s vader werkte bij de Joodse Raad. Hierdoor was hij beschermd tegen arrestatie en deportatie. Annelie, haar broer en haar moeder werden ook vrijgelaten.
© Privébezit familie Tal
Transcriptie
Adolf Levenbach
Gemeente Bloemendaal
Aantekeningen van bevoegd gezag
De houder van dit persoonsbewijs is tot nader order vrijgesteld van tewerkstelling
Amsterdam, 11 oktober 1942.
De bevelhebber van de Sicherheitspolizei en de SD voor de bezette Nederlandse gebieden. Den Haag
Persoonsbewijs
J
De tot het bezit van dit bewijs gerechtigde is verplicht het te allen tijde bij zich te dragen en desgevorderd te vertonen aan iedere opsporingsambtenaar, alsmede aan alle ambtenaren of andere personen door wie zulks ingevolge enig wettelijk voorschrift wordt verlangd.
Geldig gedurende vijf jaar
Misbruik wordt gestraft
De Duitse bezetters stelden dit persoonsbewijs in Nederland verplicht. Het nieuwe identiteitsbewijs, uitgegeven in de lente van 1942, was moeilijker te vervalsen dan de voorgaande versies.
Later werd op de identiteitsbewijzen van Joden op beide kanten een grote ‘J’ gestempeld. Hierdoor konden de bezetters en de Nederlandse politie Joden er bij controles op straat sneller uitpikken.
Het rechthoekige stempel in het midden van dit bewijs bevat een uitzonderingsbepaling: Adolf Levenbach was vrijgesteld van arbeidsinzet, wat hem ‘tot nader order’ beschermde tegen arrestatie en deportatie.
Het nummer op het vrijstellingsstempel werd gebruikt om de authenticiteit en geldigheid van opname in het register van het Centraal Bureau voor Joodse Emigratie te verifiëren.
We bleven in Amsterdam tot begin december 1942, toen we weer werden opgepakt en dit keer wel naar Westerbork werden gestuurd.
Wat gebeurde er met de familie Reiner?
In november 1942 was Abs tante Eva de eerste van de familie die werd opgepakt, waarna Abs neef Sol moest onderduiken. Ab Reiner en zijn ouders wisten in april 1943 ternauwernood aan arrestatie te ontkomen.
© Privébezit familie Reiner
Eind november 1942 werd tante Eva op straat opgepakt. Weiter
Wij jongens zaten op school, vader Jo was op zijn werk en tante Eva was op bezoek bij haar zus, tante Gusti. Tegen het einde van de middag keerden we allen huiswaarts, behalve tante Eva. Het was al laat en de avondklok ging bijna in. We vroegen ons af waar ze bleef en maakten ons zorgen over haar. We hadden geen telefoon. We speculeerden. We leefden tussen hoop en vrees. Na acht uur ’s avonds mochten Joden niet op straat zijn.
© NIOD, Beeldbank WO2, No. 96764
Nadat de opgepakte Joden naar de Hollandsche Schouwburg waren overgebracht, werden ze geregistreerd door medewerkers van de Joodse Raad. Zowel de garderobe als het podium in de grote zaal werden voor dit doel gebruikt.
Nadat zij waren geregistreerd moesten de Joden hun huissleutels inleveren. De Duitse bezetters gaven opdracht hun woningen te verzegelen om later ontruimd te worden.
De volgende morgen ging vader naar de Joodse Raad. Weiter
Vader Jo kwam erachter dat tante Eva hier zat en ging op een holletje naar de Joodse Raad in een poging haar te redden. Zijn gebruikelijke overtuigingskracht en vastberadenheid waren dit keer ontoereikend. Hij wist haar niet vrij te krijgen, maar door de inzet van bekenden met wat aanzien, werd hem wel beloofd dat zij alles op alles zouden zetten om te voorkomen dat ze van Westerbork naar het Oosten zou worden gedeporteerd.
Eva Kimel-Goldberg
1893-1943
Ondanks dat vader beloofd was dat tante Eva in Westerbork zou worden gehouden, was dat niet het geval. Op 18 mei 1943 werd zij naar het vernietigingskamp Sobibor gedeporteerd en direct na aankomst vermoord.
© Privébezit familie Rinat
Door de arrestatie van tante Eva was de kans groot dat neef Sol ook zou worden opgepakt. Een buurman waarschuwde de familie hiervoor. Sol hield zich schuil en dook later onder.
Kort nadat Sol veertien was geworden, moest hij onderduiken. Iemand die hij niet kende begeleidde hem naar Hoogeveen.
© Privébezit familie Rinat
Op een avond stonden er Duitse en Nederlandse politieagenten voor de deur die ons kwamen arresteren. Weiter
Achter hen verscheen onze buurman, dr. Zubli. Hij was in pyjama en wijzend op Marco zei hij: ‘Deze jongen heeft roodvonk!’ (een besmettelijke ziekte waar de Duitsers doodsbang voor waren). Hij loog om ze weg te jagen en onze familie te redden. Ze gingen inderdaad weg, maar zeiden dat ze de volgende dag een dokter langs zouden sturen, wat niet gebeurde.
De nazi’s, die er geen been in zagen iemand met een lichamelijke of geestelijke aandoening ‘geschikt voor arbeid’ te verklaren en ‘naar het Oosten’ te sturen, waren doodsbenauwd voor een mogelijke epidemie.
Onze buurman heeft ons het leven gered.
Na deze ervaring besloot vader niet langer te aarzelen en hij besloot dat we onder moesten duiken.
In hoeverre waren de buren zich bewust van de arrestaties?
Op 20 juni 1943 moesten veel Joden zich verzamelen op het plein waaraan de Reiners woonden. Zijzelf waren opgepakt bij een razzia en werden daarna gedeporteerd. Van de razzia bestaan verschillende foto’s.
© NIOD, Beeldbank WO2, No. 96803
Een bewoner aan het Daniël Willinkplein nam deze foto van de razzia op 20 juni 1943. De mensen die op het grasveld en de stoep bijeengedreven werden, waren heimelijk van bovenaf gefotografeerd. Ab en zijn familie waren toen al ondergedoken.
NIOD, Beeldbank WO2, No. 96751, CC0
Functionarissen van het Centraal Bureau voor Joodse Emigratie in Amsterdam hadden besloten tot de razzia en waren op 20 juni 1943 ter plekke om het verloop ervan te volgen. Ze zaten in een auto die aan de rand van het Daniël Willinkplein geparkeerd stond. Dr. Werner Schröder, de Gevolmachtigde van de Rijkscommissaris voor Amsterdam, zit naast de chauffeur. Alois Gombault, de assistent van Schröder, zit in het midden op de achterbank.
Deze foto is genomen door de Nederlandse fotograaf Lambertus Jasper de Kok. In 1940 werd hij lid van de NSB en in 1941 begon hij voor de Duitse bezetters te fotograferen. Zijn foto’s laten het perspectief zien van een propagandafotograaf; hij legde gebeurtenissen vast waar andere fotografen geen toegang toe hadden.
Wat gebeurde er met de bezittingen die de opgepakte Joden achter moesten laten?
De Duitse bezetters namen de bezittingen van de Joden in beslag. Ze gaven Nederlandse verhuisbedrijven opdracht om de huizen van de opgepakte Joden leeg te halen. Huisraad en meubels zouden naar Duitsland gestuurd worden.
© NIOD, Beeldbank WO2, No. 96828
In Amsterdam kreeg de Nederlandse ondernemer Abraham Puls, eigenaar van een verhuisbedrijf, opdracht de eigendommen van gedeporteerde of vermiste Joden op te halen. Zijn werkzaamheden werden in de volksmond ‘pulsen’ genoemd: het leeghalen en leegroven van Joodse woningen.
Omdat de huishoudelijke artikelen en meubels naar Duitsland zouden worden gestuurd, werden alle goederen zorgvuldig vastgelegd. In de praktijk werd er echter veel achterovergedrukt – door buren, voorbijgangers en werknemers van Puls en andere bedrijven. Veel goederen werden gestolen en door Nederlandse handelaren op de zwarte markt gekocht.
Het laatste stadium van de beroving bestond uit het leeghalen van de huizen van de gedeporteerde Joden.
Hoe reageerde de familie Tal op de massale arrestaties?
Vader Sander en moeder Fré wisten dat hun werk voor de Joodse Raad tijdelijk voorkwam dat ook zij zouden worden opgepakt. Tegelijkertijd probeerden zij toestemming te krijgen om naar het Britse mandaatgebied Palestina te emigreren.
© Privébezit familie Tal
In juni 1943 namen Sander en Fré Tal contact op met Fré’s broer, die in Palestina woonde. Zij hoopten zich in dit Britse mandaatgebied te mogen vestigen. Joden die in afwachting of in het bezit waren van een ‘Palestina-certificaat’ werden voorlopig door de Duitsers met rust gelaten.
Op 10 juni 1943 liet het Nederlandse Rode Kruis de familie Tal weten dat Jaakov (Jacques) Vaz Dias een telegram had ontvangen waarin hem werd gevraagd voor de Tals te bemiddelen.
Dit telegram was slechts één van de vele stappen die er uiteindelijk toe leidden dat de Tals de certificaten zouden ontvangen.
Hoe wisten we te ontkomen? Weiter
Ons verhaal is niet algemeen bekend. Het is een verhaal over vindingrijkheid en samenwerking. Bij het plan waren Nederlandse veteranen in Palestina betrokken die probeerden de certificaten van het bestuur van dit Britse mandaatgebied te verkrijgen voor familieleden en vrienden in Nederland. Zij hoopten dat hierdoor de positie van de certificaathouders zou verbeteren en dat zij mogelijk gered zouden worden. Het plan moet worden gezien als een verzetsdaad, ook al kwamen er geen wapens aan te pas. Het contact met mensen in Palestina werd gelegd door het Rode Kruis via het bureau van het Jewish Agency in Genève. Op deze manier kwamen onze families aan de certificaten.
Hoe bereidden de Tals zich voor op hun arrestatie?
De familie Tal bracht hun bagage in orde voor het geval dat ook zij werden opgepakt. Iedereen had een gepakte rugzak klaarstaan.
© Privébezit familie Tal
We wisten dat het elk moment ook ons kon overkomen (…) dat ze zouden komen om ons op te pakken. Weiter
Allemaal hadden we een gepakte rugzak klaarstaan: kleren en toiletartikelen. Ruth en ik pakten ook schrijfgerei en tekenspullen in, en een pop (…) Alleen maar één pop, voor ons allebei, om ruimte te sparen. We maakten een lijst met de spullen die in de rugzakken zaten, en als we er iets uithaalden moesten we dat opschrijven en het er later natuurlijk weer in stoppen.
Waarom werd de familie Tal eind september 1943 opgepakt?
Op 29 september 1943 werden de leden van de Joodse Raad in Amsterdam opgepakt, samen met hun families. Ook de familie Tal, onder wie ook grootmoeder Netta en hun Duitse ‘pleegkind’ Marion Amster, werden weggevoerd.
NIOD, Beeldbank WO2, No. 96771
Er zijn geen foto’s van de laatste razzia waarbij de familie Tal werd opgepakt, samen met andere leden van de Joodse Raad. Chanan koos deze foto om een indruk te geven van de razzia.
Een Nederlandse fotograaf nam deze foto voor de Duitse bezetters. De foto werd genomen bij het sportcomplex op het Olympiaplein in Amsterdam-Zuid. Joden uit de buurt moesten zich hier op 20 juni 1943 verzamelen.
Het gebeurde op oudejaarsavond 5704, oftewel 29 september 1943: het huis stond vol Nederlandse politieagenten en Duitse soldaten. Ze waren gekomen om ons op te pakken. Weiter
We pakten onze rugzakken en liepen de trap af. Ik herinner me dat we op de stoep voor de deur stonden: vader, moeder, Marion, Chanan, Ruth en ik, en oma Netta, die bij ons de vakantie doorbracht.
Vader had een enorme rugzak, waarin niet alleen zijn eigen spullen zaten maar ook dingen van ons. Plotseling verloor hij zijn evenwicht en viel op zijn rug (…) met zijn zware rugzak. Iedereen raakte in paniek, maar hij stond weer op en hervond zijn evenwicht.
Nederlandse agenten voerden ons als misdadigers naar het dichtstbijzijnde politiebureau. Vervolgens werden we in een vrachtwagen naar de trein gereden die ons naar doorgangskamp Westerbork bracht. Weiter
Het was de laatste grote razzia. De volgende dag werd Nederland door de bezetter officieel ‘Jodenvrij’ verklaard.
We hadden certificaten voor emigratie naar Palestina aangevraagd, daarom werden we met het allerlaatste transport naar Westerbork gestuurd.