Onderduiken
Vanaf 1942 tot aan het einde van de Duitse bezetting probeerden circa 28.000 Joden uit handen van de bezetters te blijven door een andere naam aan te nemen of door onder te duiken. Ongeveer een derde van hen werd verraden of ontdekt; tweederde maakte de bevrijding mee.
In de zomer van 1943 dook de familie Reiner onder; zij werden onderduikers. Ze kregen hulp van leden van het Nederlands verzet en van werknemers van Jo Reiners onteigende fabriek.
Wie hielpen de Reiners aan een onderduikadres?
De familie Reiner werd geholpen door Johannes Post uit Drenthe. Zijn nichtje Jo en haar man Jan van der Helm waren bereid de Reiners in hun boerderij te verbergen.
Johannes Post
1906-1944
Johannes Post was een Nederlandse verzetsleider. Deze gereformeerde boer heeft in zijn provincie vele Joden aan onderduikadressen geholpen. Post viel uiteindelijk in handen van de bezetters en werd in juli 1944 door de Duitsers geëxecuteerd.
Hoe kwamen Ab en zijn broer Marco op hun onderduikadres?
Meneer Appenzeller, de boekhouder van de fabriek die Jo Reiner had opgericht, begeleidde eerst Marco en later Ab naar zijn schuilplaats. Om in Drenthe te komen moesten ze met de tram en daarna met de trein, ook al was het Joden verboden van deze vervoersmiddelen gebruik te maken.
Het Utrechts Archief, No. 154584, Public Domain 1.0
Om zes uur ’s morgens kwam meneer Appenzeller mij ophalen. Weiter
Ik was gekleed als een boerenjongen, zodat ik niet zou opvallen. Meneer Appenzeller zei tegen mij: ‘Hier heb je een treinkaartje voor Hoogeveen. Je moet doen alsof je daar in je eentje naartoe reist, en dat je niet met iemand anders bent.’ Ik vond het heel moeilijk. Ik wist dat ik geen tweede kans kreeg. Ik mocht het niet verprutsen.
© Collins Bartholomew Ltd.
Ik zat in de trein, mijn zwarte haar brandde op mijn hoofd en daarin tolden mijn gedachten rond. Weiter
Meneer Appenzeller zat tegenover me. De reis duurde twee uur, maar het leek wel een eeuwigheid. Het landschap veranderde; ik zag kleine huisjes en weilanden.
Naast ons zat een groepje nazi’s, ze spraken op luide toon en hun smetteloze uniformen hadden iets dreigends. Voordat de conducteur langskwam, hoorden we hem al in het Duits aankondigen dat de passagiers hun persoonsbewijzen gereed moesten houden. Ik was doodsbang. Toen de conducteur de deur van het compartiment opende, riepen de vier Duitse soldaten in koor ‘Heil Hitler!’ waarop hij reageerde met een handgebaar om vervolgens de deur weer te sluiten zonder te controleren. Het voelde alsof ik door een wonder was gered.
© Collins Bartholomew Ltd.
We kwamen aan in Hoogeveen. Toen ik uit de trein stapte, dacht ik dat dit het einde van de wereld was.
Weiter
Meneer Appenzeller verdween, en een boer met paard en wagen kwam aanrijden. Hij hielp me de kar op. Ik weet niet hoelang we onderweg waren geweest, toen we plotseling stopten en de man zei: ‘Afstappen!’ Ik stapte af en stond nu moederziel alleen op een landweg met de tas die mijn moeder voor me had ingepakt. De boer reed weg. Even later kwam een jonge vrouw op me aflopen die me naar een boerderij bracht. De boerderijen waren niet groot en stonden vlak naast elkaar.
© Privébezit familie van der Helm
Deze foto is vóór 1940 genomen. Jo van der Helms grootvader, Jan Wolter Post, staat voor de boerderij met Trijntje Moes, die ook deel uitmaakte van Jo’s familie.
De Reiners zaten ondergedoken in de kamer achter de twee ramen links.
Marco zat in het huis op me te wachten. Wat was ik blij om hem te zien. Weiter
Marco, die hier al een tijdje was ondergedoken, voelde zich er thuis en leidde me rond. Een korte rondleiding, want het huis was klein en eenvoudig. Er waren twee kamers: de woonkamer, die ook werd gebruikt als slaapkamer voor Jan, Jo en de kinderen, en waar ze ook kookten; en de ‘mooie kamer’ die voor ons was. Alle boerderijen in Nederland hadden een mooie kamer, waar het bezoek werd ontvangen. Jan en Jo’s mooie kamer was simpelweg een andere kamer, kleiner dan die waar het gezin leefde. Deze kamer had twee bedsteden.
Waarom hielpen Jo en Jan de familie Reiner?
Het was uit medemenselijkheid dat Jan en Jo van der Helm de Joden hielpen die door de Duitse bezetters en de Nederlandse nationaalsocialisten werden vervolgd. Ze namen de vreemdelingen op in hun gezin.
© Privébezit familie van der Helm
Jo maakte drie keer per dag eten voor ons klaar, precies zoals we thuis gewend waren. Weiter
’s Morgens aten we pap, tussen de middag aardappelen met wat groente uit de tuin achter het huis, met varkensvlees of kip, en ’s avonds aten we brood met jam. Na het avondeten sloot ik net als iedereen de ogen en luisterden we naar Jan die het Onzevader bad. Het hele gezin bad in stilte mee. Hierna las Jan verhalen voor, soms uit het Oude Testament, waar we allemaal rustig naar zaten te luisteren. Ons nieuwe leven was nogal saai: Eten. Bidden. Werken. Eten. Bidden. Werken. Eten. Bidden. Werken. We aten ook elke dag hetzelfde. Maar op het land werken vond ik heerlijk en ik vond het ook leuk om af en toe voor het blinde varken te zorgen.
De vriendelijkheid en het begrip van Jan en Jo waren heel bijzonder.
Moesten de Reiners zich dag en nacht schuilhouden?
In het begin maakten Ab en Marco wandelingen door het dorp en werkten ze op het land. Maar dat veranderde toen hun ouders erbij kwamen. Hun vader, Jo Reiner, vond dat het risico dat ze ontdekt werden te groot was en daarom moesten ze overdag in huis blijven.
© Drents Archief, Collectie Kroezen, No. DA147022
In de jaren 1940 werden Hollandscheveld en omgeving doorkruist door sloten en kanalen. Waterwegen waren de belangrijkste verkeersaders. Deze ansichtkaart uit de jaren 1930/1940 toont het Zuideropgaande, waaraan de boerderij van Jan en Jo stond.
We zaten samen met vader en moeder ondergedoken in het huis. Met de buitenwereld hadden we geen contact, net zomin als met familieleden en vrienden. Weiter
We konden alleen naar buiten als het donker was. We droegen klompen net als de dorpsbewoners en scharrelden een beetje rond het huis. Als het donker was konden we de houtblokken die naast het huis lagen in stukken hakken voor in de kachel. Maar overdag zaten we altijd binnen, in onze kamer. Als we binnen waren konden we praten met een normale stem, alleen was er niets om over te praten want er gebeurde niets.
Namen de Reiners nog andere voorzorgsmaatregelen?
Hun vader, Jo Reiner, was in de jaren 1920 naar Nederland geëmigreerd. Hun ouders hadden allebei niet de Nederlandse nationaliteit. Om te verbergen dat hij een Poolse Jood uit Krakau was, bezat Jo Reiner een vals identiteitsbewijs dat was afgegeven op de naam ‘Jan van Velzen’.
© Privébezit familie Rinat
Vaders valse persoonsbewijs illustreert het verlies van identiteit dat gepaard ging met het onderduiken.
© Privébezit familie Rinat
Transcriptie
[Achternaam] van Velzen - -
[Voornaam] Jan - -
[Geb.dat.] 3 september 1896
[Geb.pl.] Amersfoort 16
[Beroep] procuratiehouder
[Datum] 5 nov[ember] 1941
[Plaats] Amersfoort
[onleesbare handtekening]
A 31 N° 032820
[Adres] G v Stellingerstr. 55
[Adres] 5.11.41 Jasmijnstraat 10
[Adres] 10 maart 44 Hoogeveen
H’[ollandsche]veld Moskou 1
Signalement: man
Kenmerken: geen
Afdruk van rechter wijsvinger
A 31 N° 032820
[stempel] Gemeente Amersfoort
[zegel]
Persoonsbewijs
1 gulden
Persoonsbewijs
1 gulden
Het Nederlandse verzet zorgde niet alleen voor onderduikadressen voor Joden, het regelde voor hen ook vervalste persoonsbewijzen, distributiestamkaarten en distributiebonnen voor goederen die ‘op de bon’ waren.
Wie verscheen plotseling bij het huis van Jan en Jo in de zomer van 1944?
Abs neef Sol Kimel voegde zich bij de ondergedoken Reiners. Sol was sinds begin 1943 ondergedoken in de boerderij van de ouders en broers en zussen van Jo van her Helm, wier achternaam Moes was. De familie Moes deed alsof hij een jongen uit Rotterdam was die door bombardementen dakloos was geworden.
Dataportaal Actueel Hoogtebestand Nederland en Beeldmateriaal, CC-BY
De boerderij van de familie Moes lag aan de Riegshoogtendijk en die van de Van der Helms lag aan de Zuideropgaande. De boerderijen waren maar een kilometer van elkaar verwijderd.
Sol stond in de deuropening, werd snel onze kamer binnengeleid, en de deur werd achter hem gesloten. Weiter
We zaten al bijna een jaar lang ondergedoken, afgesloten van de buitenwereld. Een jaar en vijf maanden geleden hadden we hem voor het laatst gezien. We probeerden erachter te komen waar hij was geweest en wat hij had meegemaakt. Moeilijk te zeggen of we meer verbaasd waren of vooral gelukkig dat we hem weer terugzagen.
Onze verbazing werd nog groter toen hij vertelde hoe het hem was vergaan nadat hij ons huis had verlaten. Hij maakte dezelfde tocht als wij, stapte uit op hetzelfde station en werd ondergebracht bij één van de boerderijen vlak in de buurt, in die van Jo’s ouders, de familie Moes.
Sol vertelde ons: ‘Ook al was de boerderij klein, iedereen was de hele tijd aan het werk. Ze behandelden me als een van hun eigen zonen. Uiteindelijk moest ik daar weg, omdat pro-Duitse buren begonnen te roddelen: ze vonden het vreemd dat ik nooit van de boerderij af kwam, behalve om naar de kerk te gaan, en dat nooit iemand mij kwam opzoeken.’
Zo eindigde zijn leven op de boerderij.
Wat deden de gezinsleden om de verveling te verdrijven?
Ze werden bijna gek van het nietsdoen en gebrek aan afleiding. Ze waren blij met alles wat ze konden doen en hielpen zoveel als ze konden met het huishouden. Moeder Lou paste op de kleine kinderen van Jan en Jo.
© Privébezit familie Rinat
Transcriptie
Vertaald in het Nederlands en geannoteerd door J. Vredenburg, opperrabbijn van Gelderland.
Tweede druk.
Amsterdam, J. L. Joachimsthal.
Ik herinner me dat vader bezig was met het herstellen van zijn kleine sidoer, het gebedenboekje. Weiter
Hij zat er elke dag in te lezen, een gewoonte van hem sinds de onderduik. Ik denk dat het hem geruststelde en structuur gaf aan zijn dagelijks leven. Na de oorlog vond iemand de sidoer op de boerderij en gaf het aan Jo van der Helm, die het aan ons gaf. Sindsdien heb ik het in mijn bezit en ik gebruik het elk jaar op vaders ‘Yayrzeit’, de dag van zijn overlijden.
Op een morgen kregen we een waardevol geschenk in de vorm van twee leerboeken: ‘Teach Yourself English’ en een meetkundeboek. Weiter
Naast ons was een school, en de meester die we door het raam konden zien had ons waarschijnlijk ook gezien. Hij gaf Jan boeken voor ons. We gingen weer zelfstandig leren, net als op de Montessorischool. Het Duits dat we op school hadden geleerd was genoeg om het meetkundeboek telkens weer opnieuw door te nemen.
Het idee dat een buurman van ons bestaan weet, ons begrijpt en ons cadeaus geeft maakte ons blij en vervulde ons met hoop. Er bestaan goede buren, er bestaan goede mensen, er is een kans dat het goed komt en dat we hier wegkomen en weer een normaal leven gaan leiden.
Hoe dekte de familie Reiner de kosten tijdens de onderduik?
Meneer Appenzeller kwam om de drie of vier maanden uit Amsterdam en had geld bij zich dat hij aan Jan en Jo van der Helm gaf. Hij bracht verslag uit over de voortgang van de oorlog en beschreef de situatie in Amsterdam en de rest van het land.
© Windig / Maria Austria Instituut
Nadat de geallieerden in Normandië waren geland, trokken zij op richting Duitsland. Tijdens deze opmars werd het zuiden van Nederland bevrijd, terwijl de rest van het land door de Duitsers bezet bleef. In de herfst van 1944 ontstond er grote voedselschaarste. Toen de Nederlandse regering in ballingschap opriep tot een algehele spoorwegstaking om de geallieerde troepen te ondersteunen, reageerden de bezetters met represailles: ze sloten de bevoorrading van het dichtbevolkte westen van Nederland af. De voedsel- en kolencrisis tijdens de zogeheten Hongerwinter eiste in de eerste maanden van 1945 minstens 15.000 slachtoffers. Volgens sommige schattingen stierven in totaal ongeveer 25.000 mensen. Het noorden en oosten van Nederland werden pas in april 1945 bevrijd. Het westen werd bevrijd toen Duitsland capituleerde.
Ondanks de bittere kou kwam meneer Appenzeller langs om de kosten van levensonderhoud te betalen uit het geldkistje dat onze verstandige vader van tevoren had gereedgemaakt. Weiter
Hij vertelde dat er in Amsterdam geen voedsel was, dat er hongergeleden werd en dat de mensen deze winter de ‘Hongerwinter’ noemden. Om warm te blijven haalden de mensen alles wat van hout was uit de onbewoonde huizen van de Joden. Stedelingen ruilden in de dorpen waardevolle spullen, juwelen of gouden munten tegen voedsel. Vreemd genoeg hadden wij het beter dan de mensen in de steden. Bij ons was het warm en we hadden altijd te eten, als was dat bijna altijd pap.
Op een avond zag vader dat er larven in de pap zaten. Er ontstond ruzie met onze onderduikverschaffers, ik denk de enige keer tijdens de twintig maanden dat we bij hen ondergedoken zaten. Vader weigerde de pap met de larven te eten. We wilden nieuw eten maken, maar Jo zei: ‘Opeten!’ We weigerden allemaal. Maar ze bleef zeggen: ‘Opeten!’, alleen nu op boze toon. ‘In het kamp zouden jullie het gegeten hebben.’ Tot dat moment was het kamp voor mij alleen maar een vage plek geweest, en we hoopten dat als we er niet over spraken we er niet in terecht zouden komen. Over het kamp werd niet gesproken, en al helemaal niet door de onderduikverschaffers. En plotseling (…) zei niemand meer iets. We haalden de larven uit de pap en aten door.
Waaraan was te merken dat de kans op ontdekking groter werd?
Op een avond in december 1944 klopten leden van de Nederlandse Landwacht op de voordeur. De mannen kwamen niet voor de familie Reiner; ze hadden Jan van der Helms hulp bij iets nodig. Maar Jan en Jo van der Helm waren behoorlijk van streek.
© Orbis / NIOD, Beeldbank WO2, No. 78576-V
De Nederlandse Landwacht werd in november 1943 opgericht door de Duitse bezetters in samenwerking met de Nederlandse Nationaal-Socialistische Beweging (NSB). De paramilitaire organisatie, die diende als hulpdienst van de reguliere politie, bestond uit vrijwilligers die veelal lid waren van de NSB. De Landwacht werd vooral ingezet voor het controleren van persoonsbewijzen, het verrichten van arrestaties en huiszoekingen. De Landwacht werd door de bevolking gehaat, en het kwam geregeld tot gewelddadige confrontaties met het gewapend verzet.
Deze foto is genomen op 21 juni 1944 op de Veluwe. Op de achterkant staat een Duitse propagandatekst:
‘De Nederlandse Landwacht. Als hun gewone werk erop zit, offeren deze mannen hun vrije uren en dikwijls ook hun slaap op en rijden over landwegen en paden. Op deze wijze beschermen zij het land en de eigendommen van de soldaten die aan het front strijden. Eenieder die zij tegenkomen zonder deugdelijk persoonsbewijs brengen zij onverwijld over naar het dichtstbijzijnde politiebureau.’
Sinds die avond sliepen wij drieën in de stroschuur. Weiter
Jo vroeg ons te voortaan te slapen in een hoekje van de schuur waar de strobalen waren opgeslagen, wat we graag deden. We vonden dit zelfs heel leuk. Vader en moeder bleven in de mooie kamer, en wij drie tieners kregen een apart onderkomen. Ondanks de hevige kou buiten, hadden we een warme plek in het stro om te slapen. Gezien de omstandigheden was het een heel nette schuilplaats.
Ook de radio was verborgen in het stro. Het bezit van een radio was ook voor niet-Joden streng verboden. Een keer per week mochten we het toestel aanzetten. Dan spitsten we onze oren en vertelden het nieuws aan iedereen door. We wisten dat de geallieerden tegen de Duitsers streden. We hoorden over de invasie in Normandië en de ommekeer in de oorlog. Sommige plaatsen waren al bevrijd van de Duitse bezetters. De spanning nam dag na dag toe. ’s Nachts hoorden we honderden vliegtuigen uit Engeland overvliegen in de richting van Berlijn.
© Privébezit familie Rinat
In 2012 reisde Ab naar Nederland en bezocht hij Hollandscheveld, waar hij en zijn gezin in de oorlog waren ondergedoken. Op deze reis maakte hij deze en de volgende foto van de boerderij van Jan en Jo van der Helm.
Op een morgen ging het gerucht dat de Duitsers huizen doorzochten. Weiter
Ik herinner me dat Jo snel een plank optilde van de vloer van de kast in onze kamer. Daaronder was een trappetje naar een grote, maar heel lage schuilplaats, ongeveer een meter diep en pikdonker. Daar lagen we met zijn allen vijf uur lang met ingehouden adem naar de geluiden van buiten te luisteren. Het leek alsof het een eeuwigheid had geduurd voordat Jo de plank weer optilde en we terug konden naar de mooie kamer.
Door wie werd de familie Reiner ontdekt?
Toen Jan en Jo van huis waren, patrouilleerden de Duitsers door het dorp en ontdekten ze vader Jo Reiner. Ze vermoordden hem omdat hij weigerde zijn familie te verraden. Ab en de anderen hielden zich in de kelder verborgen.
© Privébezit familie Rinat
De Duitsers begonnen hem te slaan. Ze wilden dat hij informatie gaf over de andere mensen in het huis, de onderduikverschaffers en ons. Weiter
Vader hield zijn mond stijfdicht en ze bleven maar doorgaan met slaan. Wij lagen onbeweeglijk vlak onder hem en hoorden hoe hij ondervraagd werd en gemarteld. Ze vroegen of zich meer Joden in het huis schuilhielden. Maar vader zweeg.
We hoorden slagen, en nog meer slagen. De tijd leek stil te staan. We hoorden hem zwaar ademen, kreunen, lijden (…).
We deden niets (…) we konden niets doen.
En toen – een schot, waarmee alles gezegd was.
Jo Reiner
1897-1945
Al snel hadden ze onze schuilplaats gevonden (…) ze schoten naar binnen en schreeuwden dat we ons over moesten geven. Weiter
Niets kon me meer schelen. Ik besefte dat vader zich voor ons had opgeofferd en ik kon de pijn van dit verlies niet meer verdragen. Verzet was onmogelijk. Wij kwamen naar boven. Daar stonden drie SS’ers. Eén van hen gaf ons het bevel: ‘Handen omhoog!’ We deden wat hij zei.
Hij liep op moeder af en zei tegen haar: ‘Moeder, ik heb je man een genadeschot gegeven.’ Moeder hield haar lippen op elkaar. Vertrok geen spier.
Ik zei tegen haar dat ik duizelig was, en even later viel ik flauw (…) Het bleek dat ik een kogel in mijn been had, maar daar geen erg in had gehad.
Wat gebeurde er na hun arrestatie?
De Duitsers doorzochten het huis en het erf van de Van der Helms. Ab werd naar een Duits militair hospitaal overgebracht; de anderen verdwenen achter de tralies. Twee dagen later werden ze allemaal naar doorgangskamp Westerbork gestuurd.
© Collins Bartholomew Ltd
Per boerenkar werden we weggevoerd. Weiter
Voordat we vertrokken werd Sol door een SS’er ondervraagd. De Duitsers hadden de schuilplaats tussen de strobalen ontdekt, en ook de radio. De SS’er wilde weten wat daar nog meer was verborgen. Geld bijvoorbeeld. Ook al was ik amper bij bewustzijn, ik kon horen dat Sol hardhandig werd verhoord. De Duitser wurgde Sol zowat. Gelukkig kon moeder ingrijpen voordat het te laat was. Ze begon te schreeuwen en de Duitser liet hem los.
We vertrokken; de kar schudde onderweg hevig en reed ook door kuilen, wat me telkens veel pijn bezorgde. Het was ijskoud en er lag veel sneeuw.
Wat gebeurde er met Jan en Jo van der Helm?
De Duitsers gingen naar Jan van der Helm toe, die op het land aan het werk was. Toen ze hem vroegen wie er bij hem in huis woonden, probeerde hij te ontkomen. De Duitsers achtervolgden hem en schoten hem dood. Jo van der Helm bleef achter met twee kleine kinderen.
Jan van der Helm
1911-1945