Voor de oorlog
De vier Joodse tieners woonden met hun ouders en broers en zussen in Nederland. Joden hadden in het Koninkrijk der Nederlanden dezelfde rechten als andere burgers. Er heerste godsdienstvrijheid en er was sprake van weinig vijandigheid tegenover de Joodse bevolking.
Hoe zag het gezin van Chanan en No’omi Tal eruit?
Hun ouders heetten Frederika (‘Fré’) Vaz Dias en Alexander (‘Sander’) Tal. Chanan had twee zussen, Ruth en No’omi, die tweelingen waren.
© Privébezit familie Tal
Onze ouders trouwden op 31 januari 1929 toen Fré 19 jaar oud was. Weiter
Zij trokken in bij grootmoeder Tal en bewoonden in haar huis de tweede verdieping, omdat ze wilde dat haar zoon Sander dicht bij haar bleef wonen.
Wie waren de grootouders?
Toen de kinderen Tal werden geboren, waren beide grootvaders al overleden. De grootmoeders woonden, net als de kinderen en hun ouders, in Amsterdam.
© Privébezit familie Tal
Onze grootouders van vaders kant waren Salomon Tal, in het Hebreeuws Shlomo geheten, en Henriette van Zanten. Weiter
Ze waren niet jong toen onze vader Sander werd geboren. Grootvader Shlomo was tweeënvijftig en grootmoeder Henriette was vijfendertig jaar oud. Shlomo was boekhouder in het bedrijf van zijn oom. Hij overleed in 1927.
© Privébezit familie Tal
Onze grootouders van moeders kant waren Jacob Vaz Dias en Ronetta Elzas, roepnaam Netta. Het gezin Vaz Dias behoorde tot de Portugees-Joodse gemeenschap in Amsterdam. Weiter
Jacob Vaz Dias had een groothandel en handelshuis opgericht. Hij handelde in materiaal voor het maken van schilderijlijsten, met name staaflijsten. Hij leverde aan galerieën, kunsthandels, fotografen en dergelijke. Jacob had een hartkwaal en een nieraandoening. Hij had veel pijn en overleed op 7 september 1928 op negenenveertigjarige leeftijd.
© Privébezit familie Tal
Oma Netta, de moeder van onze moeder, was een hele lieve grootmoeder. Weiter
Ze had wit krullend haar. Ik kende niemand anders met zulk haar (…) Ik herinner me dat we op een keer samen met haar naar de ‘poppendokter’ gingen met onze ‘zieke’ pop, die we in een roze, rieten kinderwagentje hadden gelegd. We gingen ook naar het Vondelpark: wij in de speeltuin en oma op het terras van het koffiehuis. Ik herinner me ook dat onze twee grootmoeders ons daar een keer mee naartoe hebben genomen.
Waar woonde de familie Tal?
Fré en Sander woonden op de tweede verdieping van het huis van grootmoeder Henriette Tal in Amsterdam. Hier waren de kinderen ook geboren.
Stadsarchief Amsterdam/Cito Plans et Guides H. v. Diehlen, No. KOKA00617000001, rechtenvrij
© Stadsarchief Amsterdam / M.A. Button, No. 010122035296
Wij drieën sliepen in een klein kamertje, en een van de eerste dingen die ik me herinner is de bedden die vader had getimmerd. Weiter
Overdag werden ze ingeklapt alsof het dozen waren, met het beddengoed erin, zodat we een podium hadden waar we op konden spelen. Dat was goed bedacht en vakkundig uitgevoerd. Vader vond het duidelijk heel leuk om die bedden te maken.
© Privébezit familie Tal
We woonden aan de Amstel, de rivier die door Amsterdam stroomt. We keken naar de schepen die langs voeren en naar de brug die voor ze openging.
Stadsarchief Amsterdam/Cito Plans et Guides H. v. Diehlen, No. KOKA00617000001, rechtenvrij
Uit de collectie van Chanan Tal. Originele herkomst onbekend
In 1938 verhuisden we naar een ander deel van de stad. Weiter
We bewoonden de bovenste drie verdiepingen, inclusief de zolder, van een groot pand met vijf woonlagen. Het kamertje met het kleine raam vlak onder het dak was mijn kamertje. Alleen in de huiskamer was verwarming. Hier woonden we totdat we op 29 september 1943 werden weggevoerd.
Grootmoeder Tal woonde nog twee jaar alleen in het huis aan de Amstel, maar na de Duitse inval in mei 1940 verhuisde ze naar ons nieuwe huis, waar ze op 6 april 1941 op tweeënzeventigjarige leeftijd overleed.
Waar gingen de kinderen naar school?
Chanan, Ruth en No’omi bezochten een Joodse lagere school, de Herman Elteschool in Amsterdam.
© Privébezit familie Tal
In september 1939 gingen Ruth en ik naar de eerste klas, een spannend en leuk moment waar we naar hadden uitgekeken. Weiter
We zaten in dezelfde klas, naast elkaar. We droegen allebei een schortje. We leerden zowel Nederlands als Hebreeuws lezen en schrijven. Op 5 december vierden we onze zevende verjaardag. We hadden een puntzak met snoepjes en gingen daarmee de klas rond. Ook de meester kreeg een snoepje. Daarna mochten we naar de vierde klas waar Chanan in zat en deelden ook daar snoep uit.
© Privébezit familie Tal
In de eerst helft van 1939 zaten in de derde klas van de Herman Elteschool drieënveertig leerlingen.
Tweeëndertig van hen zouden later in de Holocaust worden vermoord. Dat is 74 procent van de klas – hetzelfde percentage als van alle Joden uit Nederland die tijdens de Holocaust werden vermoord.
Twaalf kinderen overleefden de oorlog. Zeven van hen, onder wie Chanan Tal, emigreerden later naar Israël.
Wat deed de familie Tal voor de kost?
Sander Tal werkte in het familiebedrijf dat door Fré Vaz Dias’ vader was opgericht. Hij studeerde elektrotechniek, maar onderbrak zijn studie toen Fré’s vader ernstig ziek werd.
© Privébezit familie Tal
Transcriptie
Lid der Firma J. Vaz Dias Jzn.
Weesperzijde 14, Amsterdam
In 1927 kreeg onze grootvader Jacob Vaz Dias ernstige hartproblemen en een nieraandoening. Weiter
Omdat hij wist dat hij niet lang zou leven, regelde hij zijn zaken voor de dag dat hij er niet meer zou zijn. Moeders broer, oom Jacques, was te jong om het bedrijf over te nemen dat zijn vader had opgericht.
Opa Jacob Vaz Dias stelde voor dat Sander zijn studie in Delft tijdelijk zou onderbreken, zou trouwen met zijn verloofde Fré en het familiebedrijf zou overnemen. Sander stemde hiermee in. Toen hij er in 1928 aan de slag ging, was het een bloeiend en veelbelovend bedrijf.
Maar helaas stortte in oktober 1929 de New Yorkse effectenbeurs in, wat het begin was van een wereldwijde economische crisis. De inkomsten daalden, want de mensen hadden geen geld meer in de portemonnee om schilderijen in te lijsten. Het duurde zes jaar voordat de economie was hersteld en de bedrijfsinkomsten weer op een redelijk peil waren.
Waarom dachten de ouders erover om uit Nederland weg te gaan?
Fré en Sander hadden elkaar ooit ontmoet in een zionistische jeugdvereniging. Nadat zij waren getrouwd en een gezin hadden gesticht, overwogen ze om naar het Britse mandaatgebied Palestina te emigreren.
© Privébezit familie Tal
Het zionisme was aan het einde van de negentiende eeuw als politieke beweging tot ontwikkeling gekomen. De aanhangers streefden naar een eigen Joodse staat. Eeuwenlang waren de Joden om politieke en religieuze redenen vervolgd.
De zionisten wilden dat de Joden beschermd werden tegen uitsluiting en antisemitisch geweld, en dat de Joodse cultuur en religie konden bloeien. De beweging was vernoemd naar Zion, de Bijbelse en historische plaats van waaruit de Joden in de diaspora waren verdreven. De zionisten wilden in Jeruzalem en Palestina hun eigen gemeenschap opbouwen.
Religieuze Joden vormden binnen de zionistische beweging een aparte groep. Ze richtten eigen jeugdverenigingen op, zoals Zichron Ya'acov en Mizrahi. Fré en Sander Tal waren actief in deze verenigingen.
Onze ouders dachten erover om naar Eretz Israël [Land van Israël] te emigreren. Begin jaren dertig werd dit plan uitgesteld vanwege de wereldwijde economische crisis. Weiter
In 1935 reisde mijn vader naar het Britse mandaatgebied Palestina om te zien wat de mogelijkheden waren voor het gezin als zij naar [Eretz] Israël zouden emigreren. Hij besefte dat hij eerst zijn ingenieursstudie moest afmaken voordat van emigratie sprake kon zijn. Terug in Nederland zette hij zijn studie elektrotechniek voort en werkte tegelijkertijd in het familiebedrijf.
Besloten werd dat de alia [emigratie] in 1941 zou plaatsvinden, maar het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in september 1939 maakte de uitvoering van dit plan onmogelijk.
Slaagden andere familieleden erin te emigreren?
Fré’s jongere broer, Jacques Vaz Dias, emigreerde in december 1936 naar Palestina.
© Privébezit familie Tal
In de zomer van 1933 begon oom Jacques Vaz Dias zich op emigratie voor te bereiden. Weiter
Aangezien hij geen belangstelling had voor landbouw, besloot hij een meubelmakersopleiding te volgen en werkte hij drie jaar in een timmerwerkplaats. Ondertussen leerde hij tekenen en volgde verschillende technische vakken die relevant zouden zijn voor zijn nieuwe beroep. In 1936 verkreeg hij een immigratiecertificaat dankzij een lening van 1000 Palestijnse pond, verloofde zich met Helena Hoek, die hij in een kamp van de jeugdbeweging had ontmoet, en emigreerde in april naar Palestina. Helena volgde in 1937 en het stel trouwde in Haifa.
Waar woonden Annelie Levenbach en haar ouders?
Annelie woonde met haar ouders en oudere broer Joost in Bentveld in Nederland. Het gezin woonde aan de Zandvoorterweg op nummer 8.
H. van Diehlen, 1940, Noord-Hollands Archief / 560 – Collectie kaarten en kaartboeken van de provinciale atlas Noord-Holland, A(492.624)075 B
© Privébezit familie Tal
Ik was heel gelukkig, ik had vriendinnen en ik ging naar school. Weiter
Er waren uiteraard ook minder plezierige dingen, maar die waren onbelangrijk. We woonden al die jaren op hetzelfde adres – tot 1940, toen de oorlog uitbrak en de moeilijkheden begonnen.
Wie waren de ouders van Annelie?
Annelie’s ouders kwamen uit Amsterdam. Haar moeder, Elisabeth Goudeket, roepnaam Liesje, was een gepromoveerde jurist. Haar vader Adolf (‘Dolf’) Levenbach was zakenman.
© Privébezit familie Tal
Mijn moeder, Liesje Goudeket, had rechten gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam. Weiter
Mijn moeder, Liesje Goudeket, had rechten gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam. Ze was op 1 juli 1919 gepromoveerd. Haar eerste baan was beleidsmedewerker bij de gemeente Amsterdam. Later werkte ze bij de Vereniging voor Maatschappelijk Werk ten behoeve van Joodse Patiënten in Amsterdam.
Ze was zionist en lid van de Joodse Vrouwenvereniging voor Praktisch Palestina Werk (JVVPPW) en van het Comité tot bescherming van Joodse meisjes.
© Privébezit familie Tal
Mijn vader Adolf Levenbach, roepnaam Dolf, was de jongste van vier broers. Als jongeman ging hij naar de Verenigde Staten en reisde tussen 1916 en 1918 door Rusland. Weiter
Na zijn vaders overlijden in 1921 erfde Dolf zijn deel van zijn vaders bedrijf, maar er was geen plaats voor hem in de onderneming als jongere partner. Hij liet zich uitkopen om met het geld zelf een onderneming te beginnen, maar helaas ging hij na een paar jaar failliet. Later handelde hij in luxe artikelen.
Museums Victoria, Australia, Copyright Museums Victoria / CC BY (Licensed as Attribution 4.0 International)
In de jaren dertig had hij een zakenpartner genaamd Curt Blüth, een oude vriend uit Duitsland, die wasmachines importeerde uit de Verenigde Staten. Weiter
Destijds ontstond er een markt voor wasmachines, vooral op het platteland in Nederland waar grote gezinnen woonden waarvoor de was doen een vermoeiende aangelegenheid was. Curt Blüth was begonnen met het importeren van de ‘Easy-wasmachine’ uit Amerika. Hij zette ook een financieringssysteem op dat de klant in staat stelde de machine in termijnen af te betalen. Tot aan de Duitse invasie in 1940 hield Dolf de betalingen bij en zag hij toe op andere financiële regelingen.
Wie waren Annelie‘s grootouders?
Annelie heeft haar vaders vader nooit gekend en de ouders van haar moeder overleden in 1935. Ze bewaart dierbare herinneringen aan haar grootmoeder van vaders kant, Rosa Levenbach.
© Privébezit familie Tal
Mijn opa van vaders kant overleed voordat ik was geboren, maar mijn oma herinner ik me heel goed; ik hield veel van haar. Weiter
Ik ging vaak bij haar op bezoek in Zandvoort, een plaats niet ver van ons huis in Bentveld. Dat ze twee huizen bezat, een in Zandvoort en een in Amsterdam, maakte grote indruk op me. Het hoogtepunt was het huis in Amsterdam – met wel twee badkamers! Een bij de voordeur en een aan de andere kant van de gang, die eindeloos lang leek.
In de zomer van 1941 stierf oma op tachtigjarige leeftijd een natuurlijke dood. Ik was elf jaar, en vreselijk verdrietig. Tegenwoordig zie ik het anders: haar is veel leed bespaard gebleven. Als ze was blijven leven zou ze waarschijnlijk in de gaskamer om het leven zijn gebracht, en als dat niet was gebeurd zou ze veel verdriet hebben gehad om de dood van haar zonen in de kampen.
Wie waren de ouders van Ab Reiner?
Abs ouders waren Josef Reiner, roepnaam Jo, en Lea Goldberg, die Lou genoemd werd. Ze kwamen allebei uit Krakau en hadden talloze broers en zussen.
© Privébezit familie Rinat
Vader Jo vestigde zich in Wenen, een stad met een bruisend cultureel leven en tal van economische mogelijkheden. In Wenen studeerde hij leerbewerking.
© Privébezit familie Rinat
In Krakau gingen mijn moeder Lea en haar vier zussen naar een gewone, niet-Joodse school waar Pools werd gesproken, wat hun moedertaal was. Weiter
Later vertelde ze ons over het goede leven dat ze in Polen hadden. De economische omstandigheden waren prima, maar geleidelijk ging het bergafwaarts. Na haar eindexamen ging ze aan de slag als kantoorbediende. Ze wilde dat we naar een goede school gingen zodat we vooruit zouden komen in het leven.
© Privébezit familie Rinat
Vader en moeder ontmoetten elkaar, werden verliefd en ongeveer vier jaar nadat vader naar Amsterdam was geëmigreerd en daar werk had gevonden, volgde moeder hem en trouwden ze.
Waar woonde de familie Reiner in Amsterdam?
Ab en zijn ouders woonden op een kleine etage in de Lutmastraat 15 in Amsterdam. In 1932 werd Abs broertje Marco geboren en verhuisde het gezin naar een grotere woning aan de Zuider Amstellaan 37. Tussen 1940 en 1943 woonden ze aan het Daniël Willinkplein 13 III.
Stadsarchief Amsterdam/Cito Plans et Guides H. v. Diehlen, No. KOKA00617000001, rechtenvrij
Stadsarchief Amsterdam / Maatschappij Rembrandt, No. PRKBB00136000002, rechtenvrij
Ik herinner me dat ik in ons nieuwe huis ronddwaalde alsof ik in een doolhof was, met al die kamers en verborgen geheimen. Weiter
De woonkamer was op de begane grond, waar ook de eetkamer was, en verder een studeerkamer en de keuken. Op de tweede verdieping waren de slaapkamers: een kamer voor pa en ma, Marco’s kamer en een kamer voor Sol en mij. Tante Eva woonde op de derde verdieping.
Wie woonden er nog meer bij de familie Reiner?
In 1930 trokken Lea’s zus Eva Kimel en haar zoon Sol bij de Reiners in. Sol was in 1928 geboren in Berlijn, maar begin jaren dertig scheidden zijn ouders. Tante Eva en neef Sol werden deel van het gezin.
© Privébezit familie Rinat
Waar gingen de kinderen naar school?
Ab, Sol en Marco gingen naar een lagere school in de buurt. Ze leerden ook Hebreeuws en kregen onderwijs over de Joodse godsdienst en cultuur.
© Collectie Anne Frank Huis / fotograaf J.M. Bakels
Wij zaten op een basisschool waar werd lesgegeven volgens de Montessori-methode. Weiter
Kinderen van verschillende leeftijden zaten bij elkaar in één klas, en elk kind leerde in zijn eigen tempo en op zijn eigen niveau. We zaten niet in rijen en konden zelf kiezen waarover we iets wilden leren.
Omdat de Montessorischool een algemene, niet-Joodse school was, zorgden mijn ouders ervoor dat we apart onderwijs kregen in de Hebreeuwse taal en cultuur.
In het begin gingen we op woensdagmiddag naar een Joodse school in de buurt waar we godsdienstles kregen. Toen we negen waren kregen we één keer per week thuis godsdienstles van een Poolse Jood, meneer Mundstück. Het was een aardige, ruimdenkende man die overal aan huis onderwijs gaf en het daardoor heel druk had.
Kende Ab zijn grootouders?
Toen Ab geboren werd, waren zijn moeders ouders en de moeder van zijn vader al overleden. Ab leerde zijn grootvader Ephraim Reiner kennen in 1938, toen deze vanuit Krakau Amsterdam bezocht.
© Privébezit familie Rinat
Tot onze stomme verbazing verstond grootvader geen woord Hebreeuws. Weiter
Het lukte ons niet om Hebreeuws met hem te spreken. Hij begreep ons totaal niet, terwijl hij op zijn beurt verbaasd was dat wij geen Pools kenden. De hele familie ging samen met opa Ephraim met vakantie naar Scheveningen. We zwommen in zee en hadden veel plezier, maar we hadden amper contact met opa want we konden niet met hem praten.
Wat deden de ouders voor de kost?
Jo Reiner werkte eerst als vertegenwoordiger voor een bedrijf dat in huiden handelde. Later richtte hij zijn eigen onderneming op genaamd Rynco. Tante Eva Kinkel werkte als naaister en kledingontwerpster.
© Privébezit familie Rinat
In 1935 richtte vader een fabriek op, Rynco genaamd, waar pantoffels en zomerschoenen geproduceerd werden. Weiter
We hebben het over de periode na de economische wereldcrisis, en er was veel moed voor nodig een vaste baan op te geven en een eigen bedrijf te beginnen. Vader Jo richtte de fabriek op samen met zijn zwager Moishe Obstfeld, de man van zijn zus Renée. De zwagers verdeelden onderling de werkzaamheden, waarbij vader over de inkoop van het leer ging en toezicht hield op de verkopen.