Uitsluiting

Hoofdstuk 2
00 header image ch2 web

Op 10 mei 1940 viel nazi-Duitsland Nederland binnen. Vijf dagen later gaven de Nederlandse strijdkrachten zich over. Koningin en regering waren naar Engeland gevlucht. De families Tal, Levenbach en Reiner zagen geen kans om te ontkomen. Zij moesten nu leven onder de Duitse bezetting.

Hoe ervoeren de kinderen de Duitse inval?

De kinderen ervoeren het uitbreken van de oorlog als een zeer ingrijpende verandering. Zij beseften dat hun families in het bijzonder gevaar liepen.

Amsterdamse Jeugddienst der Luchtbescherming bij een Joodse winkel, 10 mei 1940
© NIOD, Beeldbank WO 2, No. 64829

De Nederlandse luchtbeschermingsdienst bestond uit burgers en was opgericht om de bevolking te beschermen tegen de gevolgen van luchtaanvallen. Leden van deze dienst droegen een band om hun arm met daarop ‘Luchtbeschermingsdienst’.
De luchtbeschermingsdienst, vooral bestaande uit vrijwilligers, bracht onder andere beschermingstape aan op winkelruiten om te voorkomen dat glasscherven in het rond zouden vliegen. Op de foto de etalage van een Joodse slagerij.

Er loeiden sirenes en vader meldde zich aan bij de luchtbeschermingsdienst.

Noomi
No'omi

Ons gezin probeerde naar Engeland te vluchten.

Chanan
Chanan
Duitse troepen bezetten Amsterdam, 15 mei 1940
© NIOD, Beeldbank WO2, No. 64800

Ik herinner me dat de Duitsers Amsterdam binnentrokken.

Ab
Avraham

Wanneer begon de Duitse bezetter met het uitsluiten van Joden?

Vanaf 1 juli 1940 mochten Joden geen lid meer zijn van de luchtbeschermingsdienst. Het verbod gold ook voor alle mensen die ervan werden verdacht de Duitsers vijandig gezind te zijn vanwege hun nationaliteit of politieke opvattingen.

Verordeningenblad voor het bezette Nederlandsche gebied’, 1940-1945
© Collectie Joods Museum, Amsterdam, No. 20020156

De Duitse verordeningen werden gepubliceerd in het ‘Verordeningenblad voor het bezette Nederlandsche gebied’. De verordeningen werden per bezettingsjaar ingebonden.

Verordeningenblad voor het bezette Nederlandsche gebied, titelpagina (excerpt)
© Koninklijke Bibliotheek/Delpher

Transcriptie

Verordeningenblad voor het bezette Nederlandsche gebied in het Duits en het Nederlands

In Nederland werden de anti-Joodse maatregelen geleidelijk en gefaseerd ingevoerd. Eerst werd vader uit de civiele luchtbeschermingsdienst gezet.

Chanan
Chanan

Een van de eerste anti-Joodse maatregelen was het verbod op het koosjer [ritueel] slachten. Maar vader zorgde goed voor ons en kocht op koosjer wijze geslachte kippen die uit België waren geïmporteerd.

Ab
Avraham

Waarom werden op 22 februari 1941 in Amsterdam honderden Joden opgepakt?

De Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) had de confrontatie gezocht met politieke tegenstanders en Joden. De Duitse bezetter reageerde op de gewelddadigheden met een zogeheten strafmaatregel.

Razzia op Joden, Amsterdam, Jonas Daniël Meijerplein, 22 februari 1941, foto genomen door onbekende Duitser
© NIOD, Beeldbank WO2, No. 97187
Razzia op Joden, Amsterdam, 22 februari 1941, foto genomen door onbekende Duitser
© NIOD, Beeldbank WO2, No. 97193
Razzia op Joden, Amsterdam, Jonas Daniël Meijerplein, 22 februari 1941, foto genomen door onbekende Duitser
© NIOD, Beeldbank WO2, No. 97188

Op 22 februari 1941 arresteerde de Duitse politie willekeurig Joodse mannen in de Joodse buurt van Amsterdam. SS-leider Heinrich Himmler had voor deze maatregel opdracht gegeven. Het was de eerste razzia tegen Joden in Nederland. 

De opgepakte Joodse mannen werden samengedreven op het Jonas Daniël Meijerplein, waar zij werden vernederd en getreiterd. Meer dan 425 van hen werden in vrachtwagens weggevoerd naar een interneringskamp bij Schoorl in Noord-Holland.

Van de razzia zijn eenentwintig foto’s bewaard gebleven die door een onbekende Duitser waren genomen. Vermoedelijk ging het om een politieagent. Afdrukken van de foto’s zaten bij het politierapport over de razzia dat naar Himmler werd gestuurd.

In de Van Woustraat in Amsterdam was een ijssalon gevestigd die werd gerund door twee Joodse ondernemers.

Ab
Avraham

Hoe reageerde de Amsterdamse bevolking op de razzia?

De razzia bracht grote opschudding teweeg en leidde tot protesten tegen de Duitse bezetters en de NSB. Er werden pamfletten verspreid waarin werd opgeroepen tot een algemene staking en steun voor de vervolgde Joden.

Februaristaking, Amsterdam, Sarphatistraat, 25 februari 1941, foto G.H. Krüger
© NIOD, Beeldbank WO2, No. 85769
De oproep tot de staking op 25 en 26 februari 1941, blz. 1
© NIOD, Beeldbank WO2, No. 85767

Transcriptie

PROTESTEERT TEGEN DE AFSCHUWELIJKE JODENVERFOLGENINGEN!!!
De oproep tot de staking op 25 en 26 februari 1941, blz. 2
© NIOD, Beeldbank WO2, No. 85768

Transcriptie

STAAKT!!! STAAKT!!! STAAKT!!!

STAAKT!!! STAAKT!!! STAAKT!!!

Ik herinner me hoe de staking begon. Het was een poging van de bevolking om zich te verzetten tegen de vervolging van de Joden door de Duitsers.

Ab
Avraham
Monument ‘De Dokwerker’ op het Jonas Daniël Meijerplein, Amsterdam.
Wikimedia Commons, photo: S. Sepp, CC BY-SA 3.0

Het monument ‘De Dokwerker’ staat op het Jonas Daniël Meijerplein in de voormalige Joodse buurt in Amsterdam. Het standbeeld herinnert aan de deelname van de Amsterdamse arbeiders aan de Februaristaking van 1941. Sinds de onthulling in 1952 vindt elke jaar op 25 februari een herdenkingsbijeenkomst plaats.

Het is waar dat de staking mislukte, maar ze voelde ook als morele steun. In de collectieve herinnering werd de Februaristaking een symbool van verbondenheid met de Joden.

Ab
Avraham

Wat deden de Duitsers met de opgepakte Joden?

De meeste Joden die op 22 februari 1941 waren opgepakt werden naar concentratiekamp Buchenwald overgebracht en vervolgens naar concentratiekamp Mauthausen. Niemand van hen overleefde het. In juni 1941 vond in Amsterdam nog een razzia plaats.

09 image ch2 web

Marco Obstfeld

1922-1941

© Privébezit familie Obstfeld

Op 11 juni 1941 pakten de Duitsers Marco Obstfeld op. Hij werd naar Mauthausen gedeporteerd. Hij was pas negentien jaar toen hij op 13 september 1941 stierf.

Ab
Avraham

Hoe wisten de Duitse bezetters wie Joods waren in Nederland?

De nazi’s legden bij verordening vast wie als Joods moest worden beschouwd. De godsdienst van de grootouders was bepalend. Alle Joden moesten zich laten registreren, anders werden zij gestraft. Slechts weinigen durfden dat risico te lopen.

Archiefkaart van de Joodse Raad met gegevens over Sjelomo Elchanan (Chanan) Tal
© Collectie Joods Museum, Amsterdam. Geschonken door het Nederlandse Rode Kruis

Transcriptie

[Naam] Tal, Sjelomo, Elchanan 1929/6
[Adres] Amsterdam, Johannes Verhuls[t]str. 73 II
[Geb.datum en -plaats] 18.4.30 A[mster]dam
[Nationaliteit] Nederlandse
[Beroep] geen
[Huwelijkse staat] ongehuwd
[Opmerking] bij Tal, Alexander

In de herfst van 1941 moest de Joodse Raad een cartotheek aanleggen met gegevens over alle Amsterdamse Joden. De opdracht kwam van het Centraal Bureau voor Joodse Emigratie dat onder de Duitse Sicherheitsdienst (SD) in Amsterdam viel.

Het Centraal Bureau gebruikte deze archiefkaarten later bij het opstellen van lijsten van Joden die gedeporteerd werden. 

Elk kaartje bevatte voor- en achternaam, adres, geboortedatum en -plaats, nationaliteit, beroep en huwelijkse staat. Bij kinderen werd de naam van een van de ouders toegevoegd. Deze gegevens werden later aangevuld met handgeschreven notities of stempels.

Vanaf 10 januari 1941 eisten de Duitsers dat alle 140.000 Joden in Nederland, inclusief ongeveer 40.000 uit nazi-Duitsland gevluchte Joden, geregistreerd werden.

Chanan
Chanan

Hoe weerde de Duitse bezetter Joden uit het openbare leven?

De Duitse autoriteiten vaardigden verordeningen uit met verbodsbepalingen voor Joden. Deze verordeningen gaven aan het uitsluiten van Joden de schijn van legitimiteit. Borden op straat vestigden de aandacht op de verboden.

Houten bord met verbodsbepaling
© Collectie Anne Frank Stichting, Amsterdam

De nazi’s legden verboden op die op alle aspecten van het dagelijks leven betrekking hadden, en overal op straat verschenen borden met ‘Voor Joden verboden’.

Chanan
Chanan
Ingang openluchtzwembad ‘Schuagt’ in Krimpen aan de Lek-Lekkerkerk, 1942-1945, foto: J. van Rhijn / Spaarnestad Photo
© Nationaal Archief, No. 101680

Net als de drie jongens op de foto mochten ook wij niet langer naar het zwembad.

Chanan
Chanan
Ruth (links) en No’omi Tal op de Herman Elteschool, 1941
© Privébezit familie Tal

Toen we in september 1941 naar de derde klas gingen, waren er heel wat nieuwe kinderen.

Noomi
No'omi

In september ging ik over naar de zesde klas, Joodse kinderen mochten niet meer naar openbare scholen.

Annelie
Annelie

Waarom moesten duizenden Joden naar Amsterdam verhuizen?

De Duitse bezetters wilden dat alle Joden in Nederland naar Amsterdam en een paar andere grote steden verhuisden, waar ze in aparte buurten moesten wonen. Zo konden ze gemakkelijker thuis of bij controles worden opgepakt.

De Jodenbreestaat met het bord ‘Joodsche wijk’, Amsterdam, ca. 1941, foto: Jaap Kaas
© Stadsarchief Amsterdam, No. ANWX00486000518

Transcriptie

Joodsche Wijk (in het Duits en het Nederlands)

Het concentreren van de Joden in Amsterdam begon op 17 januari 1942.

Chanan
Chanan
Het huis van de familie Levenbach in Bentveld, Zandvoorter Weg 8
© Privébezit familie Levenbach

Begin 1942 werden alle Joden verbannen uit Bentveld en gedwongen in Amsterdam te gaan wonen. Een nazi betrok ons prachtige huis dat wij moesten verlaten.

Annelie
Annelie
Annelie, tweede van links, op school in Amsterdam
© Privébezit familie Tal

Nadat we gedwongen naar Amsterdam waren verhuisd, ging ik naar een Joodse school. Ik zat nog steeds in de zesde klas.

Annelie
Annelie

Waarom moesten Joden van de bezetter herkenbaar zijn?

Door het dragen van de gele ster waren Joden altijd voor iedereen herkenbaar. Ze werden erdoor buiten de Nederlandse samenleving geplaatst, alsof ze vreemdelingen waren. Tegelijkertijd verhevigden de NSB en de Duitse bezetter hun antisemitische propaganda.

De ‘Jodenster’, 1942
Wikimedia Commons, Museon Museum, Den Haag, CC BY-SA 3.0

Vanaf 3 mei 1942 moest elke Jood van zes jaar en ouder een gele Davidsster dragen met het woord ‘Jood’ in het midden. De ster diende op de kleding genaaid te worden, links op de borst, en om ons op stang te jagen was dat woord in nep-Hebreeuwse letters geschreven.

Chanan
Chanan
De klas van Ruth en No’omi in 1942/1943
© Privébezit familie Tal

Op de foto staan de 52 kinderen uit de klas van Ruth en No‘omi, samen met hun onderwijzeres Henriette Van Pels, van de Herman Elteschool. Zij dragen allemaal de gele ster. No’omi (rechts) en Ruth staan op de bovenste rij helemaal links. 
De onderwijzeres werd in juni 1943 opgepakt en vervolgens naar het vernietigingskamp Sobibor gedeporteerd waar zij op 9 juli 1943 werd vermoord. De lijst met de namen van de leerlingen is verloren gegaan; hun lot is niet bekend.

Een paar dagen voordat we allemaal de ‘gele ster’ moesten dragen, kwam onze moeder thuis met een lap katoen waarop Davidsterren waren afgedrukt.

Noomi
No'omi

Hoe begon de bezetter met het onteigenen van Joodse ondernemers?

Al in het najaar van 1940 verplichtten de Duitse bezettingsautoriteiten Joodse bedrijfseigenaren hun ondernemingen te registreren. Vanaf de lente van 1941 werden hun bedrijven ontbonden of onder toezicht van een beheerder geplaatst en onteigend.

De bedrijfsleiding van de Rynco-fabriek: Jo Reiner, derde van links, met naast hem Herzog; de eerste van rechts is Czarny Cohen, Jo Reiners zwager, Amsterdam 1937/1938
© Privébezit familie Rinat

Vader moest in september 1942 zijn onderneming overdragen.

Ab
Avraham

Wat betekende onteigening voor de Joden die hun ondernemingen verloren?

De onteigende Joodse ondernemers verloren niet alleen hun bedrijven, maar ook hun banen en inkomen. Dit was gevaarlijk, want vanaf maart 1942 liep iedereen die werkloos was het risico naar een werkkamp te worden gestuurd.

Sander (Alexander) Tals legitimatie als maatschappelijk werker voor het rabbinaat
© Privébezit familie Tal

Vader zat zonder werk. Dankzij vrienden en kennissen slaagde hij erin te worden aangesteld als officieel medewerker van het rabbinaat.

Chanan
Chanan

Wat gebeurde er met de privébezittingen van de Joden?

Alle Joden moesten hun waardevolle spullen inleveren en hun banktegoeden en effecten overdragen aan een bank die door de Duitsers werd beheerd. Sommigen slaagden erin een deel van hun eigendommen met hulp van buren of kennissen te verbergen.

Leo Hillen, ongedateerd.
Uit het privéarchief van Chanan Tal, originele bron onbekend

Leo Hillen was onze buurman in de Johannes Verhulststraat. Hillen was een vrome katholiek en in Nederland een bekend bouwondernemer. Vader en hij waren goed bevriend met elkaar.

Chanan
Chanan

Waarom ging Marion Amster bij de familie Tal wonen?

Fré Tal, de moeder van Chanan, Ruth en No’omi, werkte bij de Joodse Raad op de afdeling Bijstand aan niet-Nederlandse Joden. Hier hoorde ze dat een Joods meisje dat uit Duitsland naar Nederland was gevlucht dringend onderdak nodig had. Dit meisje was Marion Amster.

De familie Amster en hun bestelbus, Kassel, jaren dertig
© Privébezit familie Klugerman

Marion Amster werd op 9 april 1928 in het Duitse Kassel geboren. Haar vader Martin was een koopman, hij verkocht margarine. Op de foto is Martin te zien in zijn bestelbus. Marion (midden), haar zusje Ruth (links) en moeder Hedwig (rechts) staan voor het voertuig. 
Na de pogrom in november 1938 werd Martin Amster tot het einde van het jaar gevangengenomen in Buchenwald. Begin 1939 stuurden de ouders hun beide dochters naar Nederland. Martin Amster mocht in augustus 1939 met een vluchtelingenstatus Engeland betreden. Marion’s moeder bleef in Kassel en werd vermoord in het concentratiekamp Stutthof.

Marion Amster
© Privébezit familie Klugerman

Op vrijdag 14 augustus verwelkomden we Marion Amster in ons gezin.

Chanan
Chanan
Ruth en No’omi op het balkon, Johannes Verhulststraat 73, Amsterdam
© Privébezit familie Tal

Ruth en ik gingen op het balkon staan aan de voorkant van ons huis om haar te zien aankomen. We kenden haar van school en wisten dat ze prachtig kastanjebruin haar had. En heel goed was in gymnastiek!

Noomi
No'omi

Op zaterdagavond vroegen onze ouders ons of het goed was dat Marion bij ons zou blijven. Zonder aarzelen waren we het ermee eens. Marion heeft met ons de oorlog doorgemaakt.

Chanan
Chanan