Het ‘verloren transport‘ en de bevrijding
In april 1945 stelde de SS de meeste uitwisselingsgevangenen op transport. De drie treinen die uit Bergen-Belsen vertrokken, hadden vermoedelijk Theresienstadt als bestemming. Veel gevangenen overleden tijdens of vlak na het transport. Een van de treinen werd vlak bij het dorp Tröbitz bevrijd. Dit transport kwam later bekend te staan als het ‘verloren transport’.
Waarom stelde de SS de meeste gevangenen uit het uitwisselingskamp Bergen-Belsen op transport?
De SS geloofde nog steeds dat de gijzelaars voor hen van waarde waren. Ze wilden hen uitwisselen tegen Duitsers die door de geallieerden gevangengenomen waren, of tegen geld en goederen. Ze wilden hen niet overdragen aan de bevrijders, die het kamp in snel tempo naderden.
© Gedenkstätte Bergen-Belsen
Er zijn geen foto’s bekend van het verloren transport. De tekeningen in dit hoofdstuk zijn gemaakt door Susanne Schuller. Zij beziet de gebeurtenissen met een ironische en sarcastische blik. De tekeningen zijn in het origineel heel klein, sommige zelfs minuscuul.
Susanne Schuller zat ook opgesloten in het uitwisselingskamp Bergen-Belsen. Ze kende de families Tal en Levenbach niet, maar werd met hetzelfde transport weggevoerd.
Het kan haast niet dat we hier weggaan! En toch gebeurde het. Weiter
De volgende dag bleken de geruchten waar te zijn en moesten we ons melden bij de poort.
We begonnen te pakken. Veel namen we niet mee. De meeste mensen waren te zwak om iets te dragen en lieten de helft van hun toch al schamele bezittingen in het kamp achter. Dat gold ook voor ons. Mijn moeder was te ziek en mijn broer te zwak om iets te dragen. Helaas konden we zijn dierbare dagboek niet vinden.
Intussen hadden de meesten zich verzameld bij de poort, waar we moesten wachten op de vrachtauto’s. Nadat die eindelijk waren gekomen, werden de zieken, ouderen en kleine kinderen erin gepropt, en begon de lange tocht naar het treinperron.
Hoe gingen de gevangenen van het kamp naar het perron?
De meeste gevangenen moesten de ongeveer zes kilometer naar het perron te voet afleggen. De zwakkeren, zieken en ouderen werden per vrachtwagen vervoerd.
© Gedenkstätte Bergen-Belsen
Waarom deporteerde de SS tegelijkertijd duizenden nieuwe gevangenen naar Bergen-Belsen?
In de weken vóór het einde van de oorlog werd Bergen-Belsen de bestemming van de dodenmarsen en evacuatietransporten uit de andere kampen. Om te voorkomen dat de concentratiekampgevangenen bevrijd zouden worden, deporteerde de SS hen naar het westen.
Toen wij geëvacueerd werden kwamen er tegelijkertijd nieuwe gevangenen aan in Bergen-Belsen.
Wat zagen de gevangenen op weg naar het treinperron?
© Gedenkstätte Bergen-Belsen
Onderweg zagen we eindeloze rijen gevangenen onze kant op lopen. Weiter
De uitgehongerde gevangenen droegen blauwwit gestreepte kleren. Degenen die niet verder konden, werden opzij geschopt door hun kapo en bleven op de grond liggen totdat ze stierven of werden doodgeschoten.
Toen we bij het station aankwamen, zagen we treinen vol gevangenen. Ook hier halfdode mensen op het perron. Je kon het eigenlijk nauwelijks meer mensen noemen, zo dun en uitgehongerd als ze waren, het leken wel skeletten. Sommigen probeerden overeind te komen want ze wisten dat als ze op de grond bleven liggen ze zeker zouden sterven. Maar ze waren te uitgeput en vielen weer op de grond.
Al die mensen die op weg waren naar het kamp. Weiter
Ze moesten in rijen van vijf naar het kamp lopen (… ) Maar dat konden ze niet (…) ze hielden zich aan elkaar vast (…) En in het midden vielen ze gewoon op de grond en stierven (…) Ze vielen neer (… ) En bleven op het perron liggen.
Wat was de zin hiervan? Zij moesten het kamp in (…) en wij moesten er juist uit (…) Het was totaal krankzinnig, echt totaal krankzinnig.
Buiten lag een grote hoop bieten die voor ons bestemd waren. We maakten een klein vuur en sneden de bieten in dunne plakjes, die we ‘bakten’ in water in een braadpan die we nog hadden. Dit is wat we aten voordat we uit het kamp weggingen.
Hoelang duurde het voordat het verloren transport vertrok?
Na ongeveer een uur konden we de trein in. Weiter
De ziekenwagon waar we in moesten bevond zich op enige afstand (althans zo leek het ons) en we haalden het amper. Eén bank kregen we met z’n drieën, wat redelijk is voor een dagtripje maar niet voor een tocht van dertien dagen, en je er ook op nog eens op moet slapen.
Toen begon het wachten. Zou de bevrijding ons toch nog ontglippen?
Elk extra uur verhoogt onze kans op redding. De nacht is voorbij en de trein staat nog steeds stil. De Britten kunnen elk moment hier zijn. Aan deze onmenselijke tijd zal een einde komen. De volgende dag (10 april) om elf uur ’s avonds hoorden we de fluit en zette de trein zich in beweging. We waren op weg. De bevrijding zou nog niet komen. Dertien dagen, de ergste hel, lagen nog voor ons.
De volgende dag tegen middernacht vertrok de trein.
Hoe waren de omstandigheden tijdens de tocht?
De trein was stampvol. Er waren passagierswagons en goederenwagons.
© Gedenkstätte Bergen-Belsen
Sommige wagons waren gewone personenrijtuigen. Weiter
Wij hadden een plaats in een rijtuig met banken. Het was er stampvol. Je kon niet op een bank liggen. We moesten de hele tijd zitten. Ik herinner me dat ik in slaap viel, en dat mijn hoofd naar voren boog, waarna ik wakker werd om vervolgens weer in slaap te vallen enzovoort. We zaten als haringen in een ton. Mensen bewogen hun benen om ruimte tussen de banken te maken, en gingen om beurten liggen om een beetje te kunnen slapen.
Kregen de gevangenen tijdens de tocht iets te eten?
Voor we vertrokken was er al wat voedsel uitgedeeld. Tijdens de tocht kregen de gevangenen af en toe wat brood of ander voedsel, maar er was vrijwel geen water.
We kregen geen voedsel en ook geen water. Weiter
We hielden ons in leven met alles wat maar eetbaar was, en we dronken uit riviertjes en beekjes die we onderweg tegenkwamen. We waren uitgehongerd, uitgeput, ziek en wanhopig. Luizen en vlooien kropen over ons heen.
Chanan was ziek. Hij had hallucinaties over brood. Weiter
Hij had koorts en was heel erg in de war. Hij vroeg de hele tijd maar om een snee brood met suiker, een snee brood met suiker (…) We werden er helemaal gek van. Hij besefte niet dat dit iets heel belachelijks was, net als vragen om goud, hier en nu! Maar later werd hij rustiger en herstelde hij.
Soms was er brood en heel af en toe ook ander voedsel. Marion was in een vrij goede conditie. Ze had een wit verpleegstersschort bij zich, en tijdens een van de vele keren dat de trein halthield, deed ze alsof ze dienst had en bracht ze een paar broden mee naar onze wagon uit een stapel die op het perron lag (…) Totdat een van de soldaten er iets van zei.
Maar we hadden niets te drinken. Dat was heel moeilijk. Ik herinner me dat ik mijn tong bewoog en mijn speeksel doorslikte om maar wat vocht binnen te krijgen.
Waarom vluchtten de gevangenen de trein niet uit?
Op de trein was niet veel bewaking, maar de meeste gevangenen waren te zwak en te ziek om te ontsnappen.
© Gedenkstätte Bergen-Belsen
De mensen waren zo wanhopig dat ze zich aan de trein vastklampten alsof … alsof die het leven zelf was. Weiter
Waarom gingen ze niet weg, waarom zeiden ze niet … laten we weggaan.
Maar daarvoor waren ze veel te zwak. En de trein stond ergens aan het einde van de wereld, dus waar konden ze naartoe (…) Bovendien was het een vijandig land, je wist niet hoe de mensen op je zouden reageren.
Hoe dan ook, we klampten ons aan deze trein vast alsof die het leven zelf was.
Welke route nam de trein?
De trein reed door een smalle strook tussen de frontlinies van de Britse en Amerikaanse troepen in het westen en die van het Rode Leger in het oosten. De bestemming van de trein was waarschijnlijk het getto Theresienstadt.
© Stadtgeschichtliches Museum Leipzig
We maakten een tocht door een brandend en verwoest Duitsland in de laatste maand van de oorlog. Weiter
Vanwege de verwoestingen konden we soms niet meer dan gemiddeld 50 kilometer per dag afleggen. Uren en soms dagenlang stond de trein stil in het open veld of naast een bos, totdat de nazibewakers opdracht kregen door te rijden.
Waarom overleden zo veel gevangenen tijdens de tocht?
De gevangenen in de trein stierven door honger, ziekte en uitputting. Er vielen ook doden als gevolg van de geallieerde luchtaanvallen.
We werden regelmatig aangevallen door geallieerde vliegtuigen, ondanks de provisorische witte vlaggen die we aan de daken van de wagons hadden vastgemaakt. Weiter
Naast de ongelukkigen die werden geveld door honger, uitputting en ziekte, kwamen velen om bij deze aanvallen.
Ik herinner me dat we aankwamen in Wittenberge, waar hevige bombardementen plaatsvonden. We moesten de trein uit. Weiter
Er hing een rookgordijn. We moesten de rook in zodat we niet werden gezien (…) Omdat de Duitsers ons als handel zagen, moesten we op de een of andere manier worden ‘beschermd’. Ik herinner me hoe de rook in mijn ogen prikte.
Vader wilde niet meer de trein uit. Hij was te zwak, het lukte hem eenvoudig niet. Maar het was gevaarlijk voor hem om erin te blijven; drie mensen die in de trein bleven zitten werden geraakt en overleden aan hun verwondingen.
Elke dag dat we onderweg waren begroeven we de doden langs het spoor – als we daar tenminste kans toe zagen. Weiter
Elke dag dat we onderweg waren begroeven we de doden langs het spoor – als we daar tenminste kans toe zagen.
Maar er waren dagen dat er geen tijd was om hen te begraven, en dan werden ze gewoon uit het raam van de rijdende trein gegooid.
En toen verslechterde vaders toestand zienderogen. Weiter
Hij ging liggen en kwam niet meer overeind.
Ik herinner me dat we hem verzorgden en wasten. We probeerden hem schoon te houden. Hij lag op een treinbank. Intussen was er natuurlijk meer ruimte in de trein. Hij lag op het bankje en ik zat bij hem.
De laatste minuten van zijn leven zat ik dicht bij vader – hoelang duurde dat? Vijftien minuten? Een halfuur? Een uur? Ik weet het niet meer. Ik zat op de rand van het bankje waar vader op lag. Ik wist dat hij dood zou gaan; dat was zo duidelijk. Ik zat daar te wachten tot het zou gebeuren. En toen gebeurde het en was hij er niet meer.
Sander Tal
1903-1945
© Privébezit familie Tal
Mijn vader overleed in de nacht van 21 april 1945, 8 iyyar 5755 volgens de Joodse kalender, door honger en algehele uitputting. Weiter
Hij was eenenveertig jaar oud toen hij stierf. Moge zijn nagedachtenis een zegen zijn. Twee dagen nadat vader was gestorven, werden we bevrijd door soldaten van het Rode Leger. Zelfs als de bevrijding een paar dagen eerder was geweest, zou vader niet zijn gered.
De volgende morgen, op 22 april, kwamen ze vader ophalen.
Moeder wilde dat vader in het graf werd gelegd omwikkeld in de tallit die ik in mijn rugzak had zitten, en natuurlijk stemde ik hiermee in.
Vader werd omwikkeld in de tallit begraven, en samen met vijftien andere mensen in een ondiep massagraf gelegd dat naast de spoorlijn werd gegraven.
© Beit Lohamei Haghetaot, Israel
Transcriptie
[…]
21 april 1945 op het traject Finsterwalde-Torgau, voor Falkenberg
[…]
123. Tal Alexander 24-10-03 [Nederlands]
[…]
De doden met de nummers 113 tot en met 128 werden op het traject Finsterwalde-Falkenberg bij kilometerpaal 101,6 aan de zuidkant van de spoorlijn, op ongeveer tien meter afstand van de spoordijk, in het bos begraven.
Josef Weiss, de kampoudste van het Sterrenkamp, noteerde in een klein boekje iedereen van het verloren transport die overleed. Hij noteerde hun naam, overlijdensdatum, de precieze begraafplaats en hun geboorteland.
De gegevens op deze lijst van overledenen zijn gebaseerd op Weiss’ notities.
Wanneer en waar werden de uitwisselingsgevangenen bevrijd?
Het Rode Leger bevrijdde het verloren transport bij het dorp Tröbitz op 23 april 1945.
© Gedenkstätte Bergen-Belsen
Op het einde, een diep zwijgen. Weiter
De trein staat voor Tröbitz.
Het is prachtig lenteweer.
Een soldaat te paard van het Rode Leger verschijnt.
We begrepen dat we vrij waren.
Een grote dag; we waren gered.
Wij zijn bevrijd! Weiter
Soldaten van het Rode Leger hebben ons bevrijd! Ik herinner me dat ik uit het raam keek en een Russische soldaat te paard zag.
Ooit vroeg iemand mij of dit een gelukkige dag was. Nee, het was geen gelukkige dag.
We spraken de hele tijd over de dag dat ze ons zouden bevrijden. Je denkt dat het leven hetzelfde zal zijn als voorheen. Natuurlijk was dat niet zo. Vader was twee dagen geleden gestorven.
Moeder was heel erg verzwakt, en Joost was vel over been. Weiter
Ik stond op en voelde me vreselijk misselijk, misselijk van de honger. Nu moest ik van het bankje opstaan. Dat was heel lastig. Nergens kon ik mijn voeten neerzetten. Ik stapte op hoofden en benen. Buiten liepen maar een paar mensen rond. Ik moest het trapje af, de trein uit. Maar bijna niemand kon dit meer. Ook mij lukte het nauwelijks, zo verzwakt was ik.
Waarom moesten de bevrijde gevangenen eerst voor zichzelf zorgen?
Het Rode Leger droeg de Duitsers op het dorp Tröbitz te evacueren. De meeste Sovjetsoldaten trokken daarna snel verder.
© Gedenkstätte Bergen-Belsen
Nadat Susanne Schuller was bevrijd, tekende ze met kleurpotloden die ze in Tröbitz ergens had gevonden. Op deze tekening brengen de overlevenden hun ‘buit’ naar de trein. Met het voedsel werden degenen gevoed die achter waren gebleven.
De Russen zeiden tegen de dorpsbewoners dat zij weg moesten gaan en plaats moesten maken. En dat deden de dorpelingen ook.
© Privébezit familie Tal
De bewoners hadden het huis aan de Schulstraße 15 verlaten. De familie Tal en een andere familie trokken erin.
Iedereen die sterk genoeg was kwam de trein uit en ging naar voedsel zoeken, en naar een verblijfplaats. Weiter
Anders dan de anderen kwam ik de trein niet uit. Daar had ik de kracht gewoon niet voor. Ik was ziek en bleef op het treinbankje in de wagon liggen. Een poosje later kwam Marion terug en nam mij op een fiets mee naar een huis waarvan de bewoners waren gevlucht en waar wij nu waren ingetrokken. We zaten daar met twee families: moeder met ons drieën in het ene gedeelte van het huis, en Izak de Vries met zijn vrouw en twee kinderen in het andere deel. Ze legden me in een tweepersoonsbed waar ik met Marion en moeder in sliep. Van de tijd daarna herinner ik me bijna niets meer.
Na twee weken vrijwel onafgebroken te hebben geslapen nam de koorts af, en langzaam begon ik wakker te worden.
Hoe reageerden de dorpelingen op de evacuatie en op de bevrijde gevangenen?
De inwoners van Tröbitz beweerden dat zij niets afwisten van de misdaden die de nazi’s hadden begaan.
© Gedenkstätte Bergen-Belsen
Susanne Schuller tekende een inwoner van Tröbitz: de vrouw verbergt een portret van Hitler onder een ladekast. Later haalt ze het er weer onder vandaan en verbrandt het in de oven.
Veel Duitsers ontkenden dat zij aanhangers van het nationaalsocialisme waren geweest of van het naziregime hadden geprofiteerd. Ze waren bang dat hun steun aan het licht zou komen als de soldaten van het Rode Leger terugkwamen.
De inwoners van Tröbitz beweerden herhaaldelijk dat zij van niets wisten. Weiter
Moeder herhaalde telkens op een spottende manier wat ze zeiden: ‘Wir haben es nicht gewusst!’ (‘We hebben het niet geweten, we hebben het niet geweten!’). Dat was ongetwijfeld waar: de nazipropaganda besteedde geen aandacht aan wat er in de verschillende kampen gebeurde. Maar dat betekent niet dat het onmogelijk was om het te weten. Ze wisten het niet omdat het ze niet interesseerde, ze stelden niet de vragen die ze hadden moeten stellen, verdiepten zich er niet in.
Het was gemakkelijker om te ontkennen, onverschillig te zijn en het niet te weten.
Waarom overleden veel voormalige gevangenen in Tröbitz na hun bevrijding?
De bevrijde gevangenen stierven aan de gevolgen van ondervoeding, uitputting en de ziekten die zij in Bergen-Belsen hadden opgelopen.
Moeder werd erg ziek en kreeg koorts. Weiter
Een week nadat we waren aangekomen werd moeder erg ziek en koortsig; ze had vlektyfus opgelopen. Ze beloofden ons dat ze naar het ziekenhuis zou worden overgebracht. Maar niemand daagde op.
Toen ik op een dag thuiskwam, was ze buiten bewustzijn. Hoe hard ik ook riep, ze antwoordde niet. Plotseling hoorde ik Joost zeggen: ‘Besef je dan niet dat ze aan het sterven is?!’ Tot dan toe wilde ik dat niet toegeven.
Elizabeth Goudeket-Levenbach
1894-1945
© Privébezit familie Tal
Mijn moeder overleed op 15 mei 1945, 3 sivan 5705 volgens de Joodse kalender, om vijf minuten voor middernacht.
© Erika Arlt / Gedenkstätte Bergen-Belsen
Omdat zoveel mensen overleden na de bevrijding van het verloren transport, werd in Tröbitz een apart Joods kerkhof aangelegd vlak naast de christelijke begraafplaats.
Ze werd begraven op de Joodse begraafplaats in Tröbitz.
© Privébezit familie Tal
Transcriptie
Ter nagedachtenis. Hier rust Elisabeth Levenbach-Goudeket
Overleden te Tröbitz
3 Siewan 5705
15 Mei 1945
Echtgenote van Adolf Levenbach
Overleden te Bergen-Belsen
17 Adar 5705
3 Maart 1945
Mogen hun zielen verenigd zijn in de band van het eeuwige leven.
Vier jaar later werd haar stoffelijk overschot begraven op de Joodse begraafplaats in Muiderberg, vlakbij Amsterdam.