Terugkeer naar Amsterdam
De overlevenden van de families Tal en Levenbach werden bevrijd door het Rode Leger en ondergebracht in een huis in het dorp Tröbitz. De overlevenden van de familie Reiner werden in Westerbork bevrijd door westerse geallieerden. De terugkeer van alle families naar Amsterdam werd vertraagd.
Waarom konden de overlevenden tot juni 1945 Tröbitz niet uit?
Het Rode Leger had bepaald dat het dorp in verband met een tyfusuitbraak in quarantaine moest. Later namen de bevrijde gevangenen rechtstreeks contact op met de westerse geallieerden en regelden hun eigen vervoer naar Leipzig.
© Stadtarchiv Leipzig, 0563 (photo collection), No. 36823
Op 5 mei werd Nederland bevrijd. Nazi-Duitsland capituleerde op 8 mei. Weiter
Van deze gebeurtenissen was ik me destijds niet bewust, maar ik voelde wel de verwachting in de lucht hangen dat ze ons spoedig naar Nederland zouden laten terugkeren.
Naarmate de dagen verstreken zonder dat er iets gebeurde, merkte ik teleurstelling en ongeduld opkomen en steeds groter worden.
Op een dag kwamen eindelijk de vrachtwagens het dorp binnen. Het begin van een tocht die we ‘terug naar huis’ noemden.
© Stadtgeschichtliches Museum Leipzig
Twee maanden later kwamen er zwarte Amerikaanse soldaten naar het dorp die ons in vrachtwagens naar Leipzig brachten, dat door de Amerikanen was bezet.
Hoe keerden de overlevenden in Tröbitz terug naar Nederland?
De meeste overlevenden uit Nederland en Frankrijk werden per vrachtwagen door het Amerikaanse leger naar Leipzig overgebracht. Hier werden zij tijdelijk verzorgd. Een paar dagen later werden zij per trein naar Nederland teruggebracht.
Appaloosa_LE, 2011, CC BY-SA 3.0
We werden naar nationaliteit ondergebracht in de König-Georg-Kaserne, die dienst deed als vluchtelingenkamp. Weiter
De volgende dag werden we gedesinfecteerd met DDT-poeder tegen de luizen. Officieren van het Nederlands leger ontfermden zich over de Nederlandse vluchtelingen. Het eten dat in de Nederlandse keuken werd bereid was niet smakelijk en ook niet voldoende. Als gevolg van ondervoeding kregen sommige mensen alsnog oedeem. Daarom gingen we naar de keuken van Luxemburg, waar het eten beter was.
Gedurende de vijf dagen in Leipzig gingen No’omi en ik vaak met de tram, ook al hadden we geen geld. We zeiden gewoon dat we dat niet hadden, en de conducteur deed er niet moeilijk over. We waren heel mager en droegen versleten kleren zodat hij wel kon zien dat we vluchtelingen waren.
Bibliothèque Nationale de France, publiek domein
Zes nachten later, op 21 juni 1945, vertrokken we uit Leipzig per trein naar Nederland.
© Alamy, ID 2K1999C
Wat me vooral is bijgebleven van deze reis zijn de huizen die we in Kassel zagen, de stad waar Marion was geboren. Weiter
Die huizen leken op poppenhuizen, zonder gevels. Waarschijnlijk waren die verwoest door het ontploffen van de bommen. In de kamers stonden nog meubels, aan de muren hingen nog schilderijen.
Van Dortmund herinner ik me een ander beeld. Een uitgestrekt spoorcomplex, in het midden een pilaar met een loshangend bord waarop stond: ‘Dortmund Hauptbahnhof’. In de omgeving stonden geen gebouwen meer: de gevolgen van een vernietigende oorlog.
Twee dagen later, op zondag 23 juni, kwamen we aan in Maastricht.
Welke procedures moesten de voormalige gevangenen in Nederland doorlopen?
In Maastricht werden de overlevenden geregistreerd als ‘ontheemden’, oftewel Displaced Persons (D.P.’s). Hun persoonsgegevens en gegevens over hun vervolging werden vastgelegd. Ze moesten zeggen wat hun gewenste bestemming was en werden medisch onderzocht.
© Privébezit familie Tal
Transcriptie
Registratienummer N61254953, Origineel
Achternaam: Tal, andere namen: Sjelomo Elchanan
Geslacht: M[annelijk], Huwelijkse staat: vrijgezel
Nationaliteit: Nederlandse
Geboortedatum: 18-4-1930, Geboorteplaats: Amsterdam, Nederland, Godsdienst: Israëlitisch
Volledige naam vader: Tal, Alexander; Volledige naam moeder: Vaz Dias, Frederika
Gewenste bestemming: Amsterdam, Joh. Verhulststr. 73
Laatste permanente verblijfplaats of verblijfplaats op 1 januari 1938: idem
Beroep of bezigheid: scholier
Taal/talen: Nederl[lands]
Handtekening registrant: Ch. Tal, Handtekening registrator: G.D.
Datum: 25-6-45, Ontvangstcentrum nr. P
Bestemming of ontvangstcentrum: Maastricht
Opmerkingen: afkomstig uit concentratiekamp Bergen-Belsen,
[Aankomst:] 23-6-45, Pol[itieke] gevangene, [Vertrek:] 29-6-45 naar bestemming
In Maastricht zaten we in lockdown, werden medisch gekeurd en vervolgens geregistreerd als Displaced Persons. Weiter
Op de registratiekaart moesten we onder andere invullen wat onze ‘gewenste bestemming’ was oftewel het adres waar we in Amsterdam woonden voordat we gedeporteerd werden. We hadden geen idee hoever wens en werkelijkheid uiteenliepen.
Hoe werd de familie Tal in Amsterdam ontvangen?
Na aankomst in Amsterdam moesten de familieleden zich identificeren met hun Displaced Persons-papieren. Opnieuw ondergingen zij een medisch onderzoek en werden nogmaals geregistreerd. Ook kregen ze distributiebonnen voor goederen die op rantsoen waren.
Stadsarchief Amsterdam, No. KAVB00031000001, vrij van copyright
Stadsarchief Amsterdam, No. KAVB00031000001, vrij van copyright
Op vrijdag 29 juni werden we per vrachtauto naar het Centraal Station van Amsterdam gebracht. Weiter
Ze konden ons hier niet per trein naartoe brengen omdat de bruggen over de grote rivieren nog niet waren gerepareerd. Op het station werden we opgevangen in een grote wachtkamer. Ze controleerden onze DP-registratieformulieren, verrichtten nog een laatste medisch onderzoek en we werden geregistreerd als ‘teruggekeerden naar het thuisland’.
© Privébezit familie Tal
Ze gaven ons bonnen voor alle dingen die op rantsoen waren. Weiter
Aangezien we nog steeds sterk vermagerd waren, kregen we extra voedselbonnen en we kregen ook bonnen voor kleren en schoenen. Met die bonnen konden we voor geld spullen kopen: eten, kleren, schoeisel. Maar alles goed en wel, het punt was natuurlijk dat we op dat moment helemaal geen geld hadden, en op bonnen kon je niet lopen. Ik weet niet of moeder in aanvulling op de bonnen van iemand geld kreeg of dat ze geld leende.
Na veel bureaucratische rompslomp haalden we onze schamele bagage op en gingen naar ons tijdelijke onderkomen.
Waar ging de familie Tal in Amsterdam wonen?
Stadsarchief Amsterdam, No. KAVB00031000001, vrij van copyright
De leden van het gezin vonden onderdak bij vrienden en kennissen. Soms verbleven ze er maar een paar dagen, maar ook wel een paar weken of maanden. Fré Tal vond pas eind 1945 een woning voor het hele gezin.
© Stadsarchief Amsterdam, No. 010009011127
Moeder kreeg te horen dat we niet terug konden naar het huis waar we hadden gewoond voordat we gedeporteerd waren. Weiter
Het was een huurhuis en er woonden nu andere mensen. Ze belde een vriend op en vroeg of we misschien bij hem en zijn gezin onderdak konden krijgen. Met zijn toestemming vulde moeder een formulier in en gebruikte hun adres als het onze. Ze heetten ons welkom en brachten ons onder op de derde verdieping van hun grote huis aan de Mozartkade 9.
Ik weet niet meer hoelang we bij die vrienden zijn gebleven die ons de eerste keer onderdak hadden verleend. Weiter
Het zal niet langer dan een week zijn geweest, maar schijnbaar leidde ons verblijf daar tot spanningen. Toen moeder op een gegeven moment werd gevraagd hoelang we dachten te blijven, zei ze resoluut: ‘Tot morgenochtend.’ En zo was het ook.
We pakten onze biezen, ook al konden we als gezin nergens wonen.
Tegen wat voor problemen liepen de teruggekeerden aan?
Stadsarchief Amsterdam, No. KAVB00031000001, vrij van copyright
Zij die waren teruggekeerd hadden vrijwel niets meer. Ze rouwden om hun vermoorde familieleden, vrienden en kennissen. Ze moesten ook hun leven en hun financiën opnieuw opbouwen.
© Privébezit familie Tal
Het was moeilijk om weer terug te zijn in Nederland. Weiter
De meeste familieleden, vrienden en kennissen van voor de deportaties leefden niet meer, en we misten hen zeer. We hadden nog steeds geen huis, en geld was er ook niet. We moesten ons leven opnieuw opbouwen.
Om te zorgen dat er brood op de plank kwam, besloot moeder het familiebedrijf in materiaal voor het inlijsten van schilderijen nieuw leven in te blazen. Vader had aan de leiding gestaan van het bedrijf, dat door de nazi’s was leeggeroofd.
Ook was het zo dat sommige Nederlanders beïnvloed waren door antisemitische nazipropaganda, en niet iedereen was blij ons terug te zien. De autoriteiten hadden weinig oog voor onze meest dringende behoeften; de ontvangst was bureaucratisch en kil. Maar we mogen niet vergeten dat de Nederlanders ook zwaar hadden geleden tijdens de vijf jaar Duitse bezetting, met alle terreur en plunderingen van dien.
Gingen de jonge overlevenden terug naar school?
Marion, No’omi en Chanan waren sinds hun arrestatie in september 1943 niet meer naar school geweest. Ze hadden twee jaar verloren en moesten hun achterstand inhalen.
Stadsarchief Amsterdam, No. KAVB00031000001, vrij van copyright
© Stadsarchief Amsterdam, nr. 010122023447
In september gingen we terug naar school. Weiter
Marion volgde een secretaresseopleiding en werkte met moeder in de zaak, Chanan ging naar een speciale middelbare school om zijn achterstand in te halen, en ik ging naar een openbare lagere montessorischool waar ik in één jaar werd klaargestoomd voor de middelbare school. Ik voelde me daar een vreemde, heel anders dan de anderen na de oorlog.
De gemeente Amsterdam had een speciale middelbare school opgericht voor kinderen die uit de onderduik of de kampen kwamen. Weiter
Ook ik zat op deze school, waar ik mijn achterstand inhaalde. Een onverwacht voordeel van deze school was de aparte sfeer in deze groep posttraumatische tieners. Een groot aantal had sterk de neiging om te praten over wat zij hadden meegemaakt; en er was altijd wel een gewillig oor te vinden. De gesprekken die plaatsvonden waren een soort ‘doe-het-zelf psychotherapie’.
Waarom keerde Annelie pas in augustus 1945 terug naar Amsterdam?
Annelie en haar ernstig zieke broer Joost werden per ambulancetrein van Leipzig naar Amsterdam overgebracht. Geheel onverwacht werden ze in Luik uit de trein gehaald. Joost werd hier in het ziekenhuis opgenomen.
Bibliothèque Nationale de France, Public Domain
Mijn broer Joost, die zeventien was, had dysenterie en tuberculose, en woog nog maar 21 kilo.
© Ghetto Fighters’ House Museum, Israel / Fotoarchief, catalogus nr. 63897 A
We stopten in Luik, en Joost en ik werden onverwacht uit de trein gehaald door een officier van de internationale hulporganisatie UNRRA. Weiter
Toen de officier Joost zag, riep hij uit: ‘Dit moet worden gefotografeerd, want anders gelooft niemand mij!’ Die officier heette Benjamin Elzas, een Jood die de familie Levenbach van naam kende. Officier Elzas was bijzonder goed voor ons. Hij wist dat de toestand in Nederland na de oorlog veel slechter was dan in België, vandaar dat hij ons uit de trein haalde.
Joost kon betere zorg krijgen in het ziekenhuis in Luik. Ik werd ondergebracht in een opvangcentrum voor vluchtelingen. Weiter
Vrouwen werden rechtstreeks uit Auschwitz en andere kampen hier naartoe overgebracht, en ze spraken natuurlijk de hele tijd over hun afschuwelijke ervaringen. Niet iets waar ik destijds behoefte aan had, ik was er erg eenzaam en ongelukkig.
Overdag ging ik naar de pleegzorg. Degene die het daar voor het zeggen had, een meneer Reintis, sprak Vlaams en was erg aardig en invoelend. Zijn jonge vrouw sprak alleen Frans en wist waarschijnlijk niet wat ze met mij aan moest. Ze deed haar best maar ze begreep niets van de oorlog en het kamp. Ik vond het niet leuk om bij haar te zijn. ’s Middags ging ik naar het ziekenhuis om Joost te bezoeken, ’s middags keerde ik weer terug naar het opvangcentrum.
Wie bracht Annelie in de zomer van 1945 naar Brussel?
Vrienden van de Levenbachs woonden in Brussel. Ze hadden gehoord dat Annelie en Joost in Luik waren en besloten Annelie bij hen in huis te nemen. Joost werd naar een ziekenhuis in Brussel gebracht.
© Privébezit familie Tal
Na ongeveer een maand was dit allemaal voorbij. Weiter
Joost nam contact op met een notaris in Amsterdam, zoals moeder ons had opgedragen voor het geval we alleen zouden komen te staan. Op deze manier kwamen de vrienden van mijn ouders, Greet en Karel Edersheim die aan het begin van de oorlog naar Brussel waren gevlucht, erachter waar wij waren en kwamen zij ons ophalen. Zij hadden met hun 12-jarige dochter Jet ondergedoken gezeten in Brussel en waren toen nog niet teruggekeerd naar Nederland.
Joost werd per ambulance naar een ziekenhuis in Brussel overgebracht, en ik ging naar het huis van de vrienden van onze ouders, Greet en Karel Edersheim. Ik had het daar naar mijn zin.
Twee maanden later keerde ik terug naar Nederland, en ging bij mijn tante Bertha wonen. Ik ging weer naar school, waar ik al bijna drie jaar naar had uitgekeken.
Waar woonde Annelie na haar terugkeer naar Nederland?
Annelie woonde in Amsterdam bij haar moeders zus, tante Bertha. Haar zieke broer Joost verbleef twee jaar in een sanatorium. Daarna trok ook hij in bij zijn tante.
Stadsarchief Amsterdam, No. KAVB00031000001, vrij van copyright
© Privébezit familie Tal
© Privébezit familie Tal
Annelie’s moeder had twee zussen, Annie en Bertha Goudeket. Eind 1942 doken ze onder, overleefden de oorlog en keerden na de bevrijding van Nederland terug naar Amsterdam.
Toen wij eind juni 1945 in België aankwamen, stond het voor de tantes vast dat we bij tante Bertha zouden gaan wonen zodra we weer in Amsterdam terug waren. Weiter
Tante Bertha heeft ons heel goed geholpen. Na de oorlog moest er van alles worden geregeld: Joost moest naar een sanatorium, voor mij moest een school worden gezocht, er moest een huis worden gehuurd en er waren allerlei administratieve besognes, zoals het afwikkelen van de nalatenschap van onze ouders. Zelf was ik geen gemakkelijk kind; ik was een tiener en had een moeilijke tijd achter de rug.
Stadsarchief Amsterdam, nr. PRKBB00478000002, vrij van copyright
Ik woonde bij mijn tante Bertha en ondanks al haar inspanningen het leven aangenaam voor mij te maken, was ik eenzaam en voelde ik me ellendig. Ik miste mijn ouders.
© Privébezit familie Tal
Joost lag eerst in het Joodse ziekenhuis in Amsterdam, later ging hij naar het sanatorium. Weiter
Na twee jaar was de tuberculose genezen en werd hij uit het sanatorium in Doorn ontslagen.
Om de beurt bezochten mijn tantes en ik op zondagen Joost in het sanatorium. Vanwege het tekort aan treinen en bussen en niet goed aansluitende verbindingen waren we bijna de hele dag onderweg.
Twee jaar later kwam Joost bij ons wonen. Mijn leven werd beter. Weiter
Gedurende de twee jaar dat we bij tante Bertha woonden gingen we ’s morgens ieder naar onze eigen school. Aan tafel werd over van alles en nog wat gesproken, Joost speelde piano en we luisterden veel naar muziek. Omdat we in dezelfde kampen hadden gezeten, deelden we veel treurige herinneringen; we hadden een hechte band.
Waar bevond de familie Reiner zich aan het einde van de oorlog?
De overlevenden van de familie Reiner werden in april 1945 in kamp Westerbork bevrijd. Lou Reiner, haar twee zonen Ab en Marco, en haar neef Sol Kimel, mochten het kamp echter niet uit.
© Collins Bartholomew Ltd.
Waarom moest de familie Reiner in kamp Westerbork blijven?
De familie Reiner werd als stateloos beschouwd. Om uit het kamp te worden vrijgelaten moesten Lou, Ab en Marco over een verblijfsvergunning voor Nederland beschikken.
© Privébezit familie Rinat
Op 8 mei 1945 capituleerde Duitsland, maar wij konden nog steeds niet terug naar Amsterdam. Weiter
Het was een bureaucratische chaos: vader was Oostenrijks staatsburger, maar na de ‘Anschluss’ veranderde dat in Duits staatsburgerschap. Vader weigerde echter een Duits paspoort aan te vragen en probeerde de Nederlandse nationaliteit te verkrijgen. Toen brak de oorlog uit en waren wij stateloos. We bleken nu op een lijst met personen te staan van wie de Nederlandse autoriteiten de status wilden natrekken. Dit alles leidde tot veel frustratie en boosheid. We mochten af en toe even het kamp uit.
Op een dag kocht ik in een naburig dorp een bos bloemen voor moeder om haar op te vrolijken. Rode bloemen. Maar moeder was er helemaal niet blij mee. Moeder kon niet vrolijk zijn.
Marco zou in juni dertien jaar worden, dus dat betekende bar mitswa. We vierden inderdaad bar mitswa, maar toch was het een heel treurige gebeurtenis. Voor ons allemaal, maar vooral voor Marco en moeder, was het heel moeilijk en pijnlijk. De viering van bar mitswa was een beetje de terugkeer naar het normale leven. Bijna normaal dan. Net als lopen, maar dan mank lopen.
Uiteindelijk werd vastgesteld dat wij Nederlandse staatsburgers waren en mochten we het kamp verlaten.
Hoe verging het de familie Reiner na hun terugkeer naar Amsterdam?
De familie Reiner vond onderdak bij vrienden die aan de Mozartkade 8 woonden. Ze kregen een aantal van hun bezittingen terug die hun oude buren voor hen hadden bewaard.
Stadsarchief Amsterdam, No. KAVB00031000001, vrij van copyright
© Stadsarchief Amsterdam, No. 010009011127
We gingen naar het huis van onze voormalige buurvrouw bij wie moeder spullen in bewaring had gegeven. We waren nogal ontdaan, want ze leek weinig verheugd te zijn over onze terugkeer. Weiter
En ze was niet de enige. Er was een groot verschil tussen de hoopvolle verwachtingen van degenen die uit de kampen of uit de onderduik terugkeerden en de kille ontvangst die zij kregen, vooral van de kant van overheidsinstanties.
Natuurlijk waren er ook wel mensen die begrip voor ons hadden en ons probeerden te helpen. Een andere buurvrouw, die moeders lievelingsjas voor haar had bewaard, gaf die aan haar terug. Andere buren gaven ons een schilderij terug, en we kregen zelfs ook de meccanodozen terug, ons constructiespeelgoed van vroeger. Ik herinner me nog dat ik de zware dozen naar ons nieuwe huis heb gedragen.
Hoe verwerkten de Reiners hun verdriet?
Lou en de kinderen namen afscheid van hun vermoorde vader en echtgenoot tijdens een plechtigheid op de Joodse begraafplaats in Muiderberg bij Amsterdam. Na verloop van tijd hoorden ze dat ook veel andere familieleden, vrienden en kennissen vermoord waren. Ze hielden hun verdriet verborgen voor de buitenwereld.
© Privébezit familie Rinat
Transcriptie
geboren 20 Siewan 55657 / 20 Juni 1897,
gestorven 24 Sebath 5705 / 7 Februari 1945.
Kort na de bevrijding regelden oom Moishe Obstfeld en een vriend van de familie het overbrengen van vaders stoffelijke resten van Hollandscheveld naar Amsterdam. Weiter
In de ontvangkamer op de begraafplaats in Muiderberg wachtten wij op de aankomst van vaders kist. Er vond een zeer waardige begrafenisplechtigheid plaats die geleid werd door de opperrabbijn van Amsterdam. Ik herinner me geen grafredes. Sol, Marco en ik zeiden de kaddisj en reden daarna naar huis, samen met enkele anderen.
Ik weet niet meer wanneer we beseften dat tante Eva niet meer terug zou komen. Weiter
Er gingen geruchten. We waren bang dat ze niet zou terugkomen. Dat er niemand was om op te wachten. We wisten maar heel weinig over wat er met haar was gebeurd sinds de dag waarop ze naar Westerbork was overgebracht. Het enige wat we wisten was dat ze zes maanden later, in mei 1943, naar een kamp in het oosten was gedeporteerd.
Na verloop van tijd kwamen we erachter dat tante Gusti, oom Czarny, Arthur en vele anderen niet zouden terugkeren. Naarmate we een duidelijker beeld kregen, werd het ook somberder en werd ons verdriet groter. We onderdrukten het, zodat het ons niet in de weg zou zitten.
Waar ontmoetten de jonge overlevenden elkaar?
Chanan en No’omi, Annelie en Ab brachten hun vrije tijd vooral samen met andere overlevenden door. Zij waren actief in een zionistische vereniging die na de bevrijding van Nederland was heropgericht.
© Privébezit familie Rinat
Elke zaterdagvond vond er een bijeenkomst plaats van de zionistische jeugdorganisatie She'ar Yashuv. Weiter
Op deze bijeenkomsten vonden wij, jonge Joden, elkaar. Iedereen had zijn eigen verhaal uit de oorlogstijd. De verhalen over wat iedereen had doorgemaakt waren kort en feitelijk. Het was genoeg om te weten dat we allemaal vergelijkbare littekens hadden.
We hoefden het er niet uitgebreid over te hebben, de verhalen beperkten zich tot de grote lijnen. Ook vertelden we elkaar grappige dingen over vroeger, en daarna hadden we lol. We waren levenslustige jonge mensen. Nieuwsgierig naar wat het leven te bieden had.
‘She'ar Yashuv’ betekent ‘enkelen zullen terugkeren’ in het Hebreeuws, een passende naam voor een jeugdbeweging van Holocaustoverlevenden. Weiter
In de weekends kwamen we bij elkaar en hadden het leuk. We luisterden naar toespraken van leiders uit Israël en ook wel van soldaten uit de Joodse Brigade die in Nederland gelegerd waren. We volgden cursussen en gingen naar de zomerkampen van de vereniging.