Westerbork
De meeste Joden werden na hun arrestatie overgebracht naar het โPolizeiliches Durchgangslagerโ Westerbork. Vanuit dit doorgangskamp vertrokken de treinen naar de vernietigingskampen Auschwitz en Sobibor, maar ook naar het concentratiekamp Bergen-Belsen en het getto Theresienstadt. Omdat de families Tal en Levenbach over Palestina-certificaten beschikten, werden zij op transport gesteld naar Bergen-Belsen. De familie Reiner kwam later aan in Westerbork, nadat er geen treinen meer naar de kampen vertrokken.
Wat ondervond de familie Levenbach in Westerbork?
Annelie, haar broer Joost en hun ouders Liesje en Dolf Levenbach kwamen in Westerbork een vriend tegen, Curt Blรผth, die in het kamp werkzaam was voor de Joodse Raad en geen gevangene was. Hij kende het kamp door en door en wist te regelen dat de Levenbachs niet direct op transport werden gesteld.
ยฉ NIOD, Beeldbank WO2, No. 161916
De hoofdweg van het kamp, bijgenaamd de โBoulevard des Misรจresโ, was het centrum van het doorgangskamp. Eerst stopten de treinen op station Hooghalen, dat vijf kilometer verderop. Vanaf hier moesten de gevangenen met hun zware bagage naar het kamp lopen. Nadat eind 1942 een aftakking van de spoorlijn was aangelegd, kwamen de treinen met de gevangenen midden in het kamp aan. Van hieruit vertrokken ook de deportatietreinen.
Op het perron in Westerbork kwamen we Curt Blรผth tegen, een zakenrelatie van mijn vader en een goede vriend van mijn ouders. Weiter
Hij zag dat op de persoonsbewijzen van mijn vader en oom de โSโ van โStrafeโ stond. Onmiddellijk verscheurde hij de documenten en stopte die in zijn zak. Dit heeft ons gered. Houders van een persoonsbewijs met een โSโ erop gestempeld werden altijd op de eerstvolgende trein naar een vernietigingskamp gezet. Dat stempel was op de persoonsbewijzen van mijn vader en oom gezet omdat de Duitse bewindvoerder, die de plaats van mijn oom in het bedrijf had ingenomen, van hem af wilde.
ยฉ United States Holocaust Memorial Museum, No. 08049, courtesy of Toni Heller
Kamp Westerbork, dat in november 1939 was gebouwd als vluchtelingenkamp, werd op 1 juli 1942 door de Duitse bezetters in gebruik genomen als โpolitieel doorgangskamp voor Jodenโ.
Na de pogroms in november 1938 (de โKristallnachtโ) in Duitsland vluchtten veel Duitse Joden naar Nederland. De Nederlandse regering besloot de nieuwe stroom vluchtelingen onder te brengen in een centraal kamp ten noorden van het dorp Westerbork in de provincie Drenthe.
De bedoeling was dat in geval van een Duitse inval in Nederland de Joden vanuit Westerbork naar Groot-Brittanniรซ overgebracht zouden worden. Dit is echter nooit gebeurd.
Na de Nederlandse capitulatie op 15 mei 1940 besloot de Nederlandse autoriteiten alle Joodse vluchtelingen in Westerbork onder te brengen. De nieuwe kampcommandant verscherpte het toezicht en legde strengere discipline op. Het vrij in- en uitlopen was voorbij. Toen de Duitse bezetters het kamp op 1 juli 1942 overnamen, namen zij ook de aangescherpte regels over.
Op grond van het op de plattegrond vermelde aantal gedeporteerde Joden en de bestemming van de transporten wordt ervan uitgegaan dat de plattegrond waarschijnlijk dateert van na de bevrijding op 12 april 1945.
Eerst moesten we naar de registratie, toen naar de administratie en daarna werden we ontluisd. Natuurlijk hadden we geen luizen.
Hoe waren de leefomstandigheden in het doorgangskamp Westerbork?
De woonbarakken waren overvol en de hygiรซnische omstandigheden slecht, maar de gevangenen leden geen honger en werden evenmin mishandeld. Degenen die niet onmiddellijk werden gedeporteerd, moesten werken; kinderen kregen onderwijs.
ยฉ NIOD, Beeldbank WO2, No. 66314
Westerbork leek op een klein dorp met veel grote barakken. Het kamp werd omheind door hekken met prikkeldraad en er stonden wachttorens met Nederlandse politieagenten. Dit gaf ons natuurlijk een angstig gevoel.
ยฉ NIOD, Beeldbank WO2, No. 66383
In kamp Westerbork waren we ondergebracht in grote barakken, wel een paar honderd mensen per barak. Aan de ene kant de mannen, aan de andere kant de vrouwen. Weiter
Dertien was ik toen, en ik sliep boven mijn vader. De stapelbedden waren driehoog. Het eten kon ermee door, maar het was natuurlijk niet zoals thuis. Vader werkte overdag in een barak waar hij met vele andere mannen batterijen uit elkaar moest halen. De onderdelen waren bestemd voor de Duitse oorlogsindustrie. Aan het einde van de dag kwam hij met vieze zwarte handen van het werken terug naar de woonbarak. Tijdens het werk had hij een wond opgelopen aan zijn rechterduim, die begon te zweren en tastte ook het bot aan.
Moeder werkte een gedeelte van de dag als schoonmaakster en oppasser, en verbleef bij mijn zussen.
ยฉ Collectie Joods Museum, Amsterdam, No. F001656
Er was een soort โschoolโ, en we speelden en renden buiten rond als het niet al te koud of regenachtig was. Weiter
Ik herinner me een barak met veel kinderen. Er hingen tekeningen aan de wand. Het zag er heel leuk uit. We deden ook mee met de โkunstklasโ: ze lieten ons houten speelgoed beschilderen (voor wie dit speelgoed bestemd was weet ik niet). Ik herinner me ook dat ik een houten hondje wit schilderde en er zwarte vlekjes op aanbracht door mijn kwast er dwars op te zetten. Ze hadden gezegd dat ik dat zo moest doen, en ik vond het een heel leuk werkje.
Wij jongens werden ingezet als een soort koeriers omdat er in het kamp geen telefoonverbinding tussen de verschillende kantoren en afdelingen bestond.
In hoeverre werd het leven in het kamp gekenmerkt door tegenstrijdigheden?
De gevangenen wisten dat Westerbork een doorgangskamp was en dat ze gedeporteerd konden worden. Aan de andere kant bestond er ook zoiets als een dagelijks leven in het kamp. Er werd gewerkt, kinderen kregen les, er vonden sportevenementen plaats en er waren culturele activiteiten.
ยฉ NIOD, Beeldbank WO2, No. 66087
Westerbork was geen concentratiekamp; het was een verschrikkelijk doorgangskamp. Weiter
Iedereen die in de gelegenheid was deed aan vriendjespolitiek, om maar te voorkomen dat je mee moest met het volgende transport naar Polen. Dat ging natuurlijk ten koste van anderen. Het was een surrealistisch kamp. Aan de ene kant was er een ziekenhuis en een kliniek, en een schooltje. Ook was er een orkest, een koor en een cabaret. Aan de andere kant, en dit is het ergste wat ik me kan herinneren, waren er de veewagons die elke maandagavond traag het kamp binnenrolden. Ik voel nog steeds de stille angst die er dan heerste. De volgende dag vertrok de trein met de volgende duizend slachtoffers.
ยฉ Collectie Joods Museum, Amsterdam, No. F301987
Orkest en cabaret stonden in het kamp op een hoog niveau. Weiter
Veel gevangenen in Westerbork waren echt zeer getalenteerd. Ik herinner me nog steeds een Duits cabaretliedje: โImmer langsam, immer langsam, immer mit Gemรผtlichkeit, wir haben alle Zeit, es ist noch nicht so weit.โ Het verband met de bittere werkelijkheid is nog steeds duidelijk. Dit was het surreรซle van Westerbork, die ongelooflijke tegenstrijdigheden. Een min of meer alledaagse werkelijkheid โ tot maandagavond, wanneer de afgrijselijke veewagons langzaam het kamp binnenrolden.
Op die avonden werden ook de namen van zoโn duizend slachtoffers opgelezen die de volgende ochtend naar Auschwitz of Sobibor werden gedeporteerd. Hier zaten mensen bij die de vorige avond in het orkest hadden gespeeld, aan een cabaretvoorstelling hadden meegedaan, en kinderen die in het koor hadden gezongen.
ยฉ NIOD, Beeldbank WO2, No. 66110
Gestapo-officier Albert Konrad Gemmeker werd op 12 oktober 1942 commandant van kamp Westerbork. Hij zorgde ervoor dat het er in het kamp ordelijk aan toe ging en dat de deportaties zonder incidenten en meestal zonder geweld plaatsvonden. Terwijl Joden en in sommige gevallen Sinti en Roma werden opgeroepen aan boord van de trein te gaan, beperkte Gemmeker zich tot het houden van toezicht. Na de oorlog verklaarde hij in de rechtbank niet te hebben geweten dat de gedeporteerden in vernietigingskampen om het leven werden gebracht. Ook al klonk dit verweer niet erg waarschijnlijk, toch kreeg hij er strafvermindering door.
Deze foto, en veel ander foto- en filmmateriaal van het kamp, is genomen door Rudolf Werner Breslauer. Breslauer, van beroep fotograaf en cameraman, vluchtte in de herfst van 1938 uit Duitsland en was vanaf februari 1942 geรฏnterneerd in Westerbork. In de herfst van 1944 werd hij naar het getto in Theresienstadt gedeporteerd en vervolgens naar Auschwitz-Birkenau, waar hij is vermoord.
Niet lang na onze aankomst in Westerbork werden we midden in de nacht opgeroepen. Weiter
We moesten ons gereedmaken voor het volgende transport, dat โs morgens vroeg zou vertrekken. Een goede vriend van mijn ouders, Curt Blรผth, was een invloedrijk man in het kamp en het lukte hem ons van de lijst af te krijgen. Ons vertrek was voorlopig uitgesteld! Tot op de dag van vandaag denk ik aan de vier onbekende mensen die in onze plaats zijn weggevoerd. Je kunt zeggen: โde dood van de รฉรฉn is het leven van de anderโ.
Hoe kwam de familie Tal te weten dat zij Palestina-certificaten hadden gekregen en mochten emigreren?
Het Internationale Comitรฉ van het Rode Kruis stuurde een bericht aan het Nederlandse Rode Kruis met de mededeling dat de lijst met familieleden was goedgekeurd en dat de certificaten gereed waren.
ยฉ Privรฉbezit familie Tal
Transcriptie
Genรจve (Zwitserland)
Serv. Holl. FD/AB
Aanvrager
Naam Commissie voor Immigranten in Nederland
Plaats Jeruzalem
Land Palestina
Mededeling (niet meer dan 25 woorden, alleen persoonlijke familieberichten)
Mededeling: gelieve van tijn com[itรฉ ]vluch[telingen] amsterdam officiรซle regeringsaantallen veteranenlijstens getelegrafeerd augustus september door te geven stop alle goedgekeurde veteranencertificaten via buitenlandse zaken gedeponeerd door beschermende mogendheid bern stop familie alexander tal m/438/43/c/228.
Datum 18.X.1943
Ontvanger
Naam Tal
Voornaam Alexander
Straat c/o Nederl. Roode Kruis, Nic Maesstr. 55, (ref. letter I.3940.)
Plaats Amsterdam
Provincie Noordholland
Land Niederland
Op 18 oktober, ongeveer anderhalve week na onze aankomst in het kamp, kregen we bericht van het Rode Kruis dat onze certificaten voor Palestina waren goedgekeurd! Weiter
Pas nadat ik zag wat voor opluchting het voor onze ouders was (โฆ) besefte ik hoe groot hun angst voor transport naar een โwerkkampโ was geweest.
Gedurende de drie maanden die we in Westerbork zaten was het aantal transporten afgenomen: in oktober en november vonden er maar twee transporten plaats.
Ik kan me niet veel meer herinneren van de verschrikkingen in de twee nachten voorafgaand aan de transporten. In mijn herinnering versmolten die twee nachten tot รฉรฉn nacht vol spanning en opwinding. Het licht in de barak bleef aan. Die herinnering vervaagde in de twee maanden daarna. In deze periode vonden er, totdat wij op transport werden gesteld, geen deportaties meer plaats.
Hoe onderging de familie Tal hun deportatie?
De familie Tal werd op 11 januari 1944 naar concentratiekamp Bergen-Belsen gedeporteerd. Ze wisten dat dit een zogeheten uitwisselingskamp was. Dit gaf een hoopvol gevoel.
ยฉ Privรฉbezit familie Tal
Transcriptie
Met mevr. Frederika, geb. vas Dias
Kinderen; Sjelomo [dit is Chanan], Ruth, Naomi
U kunt ervan uitgaan dat u op dinsdag 11.1.1944 naar een uitwisselingskamp wordt overgebracht.
Administratie DB II
Pleegkind: Marion Amster, [geb.] 9.4.1928
Op 11 januari 1944 stond in Westerbork een oude personentrein op ons te wachten. Het zag er veelbelovend uit, vooral als je bedenkt dat de mensen die naar de vernietigingskampen gingen in goederentreinen werden gestopt.
ยฉ Stadtgeschichtliches Museum Leipzig
Op 11 januari 1944 werden 1037 Joden van Westerbork naar het concentratiekamp Bergen-Belsen gedeporteerd. Anders dan de treinen met goederenwagons die naar de vernietigingskampen gingen, bestonden de treinen naar Bergen-Belsen uit personenwagons. De reis in januari 1944 duurde zes uur. De route liep van Westerbork naar Hooghalen en ging door tot Groningen, waar het vervolgens oostwaarts ging via Oldenburg en Bremen naar station Bergen.
Wanneer werd de familie Levenbach gedeporteerd?
De familie Levenbach werd op 15 maart 1944 naar Bergen-Belsen gedeporteerd. Annelie, haar broer Joost en hun ouders waren vijftien maanden in Westerbork geรฏnterneerd geweest. In deze periode slaagden zij erin aan papieren voor Palestina te komen.
ยฉ Stadtgeschichtliches Museum Leipzig
Met het transport van 15 maart 1944 werden 210 Joden naar het concentratiekamp Bergen-Belsen gedeporteerd, onder wie veertien zieken en vierenveertig kinderen. De trein reed van Westerbork naar Hooghalen, ging de grens tussen het bezette Nederland en Duitsland over bij Bentheim, en vervolgde zijn weg via Osnabrรผck, Hannover en Celle naar station Bergen.
Hoe probeerde Annelieโs moeder haar vrienden te laten weten dat ze gedeporteerd werd?
Voordat de trein de grens tussen Nederland en Duitsland overging, gooide Annelieโs moeder een briefkaart uit de trein die geadresseerd was aan een vriendin in Amsterdam. Blijkbaar vond iemand de kaart en stopte die in een brievenbus.
ยฉ Privรฉbezit familie Tal
Transcriptie
Na de oorlog kreeg ik deze postkaart. Het is het enige wat ik nog heb in mijn moeders handschrift.
Wanneer werd de familie Reiner in Westerbork geรฏnterneerd?
De familie Reiner werd naar Westerbork overgebracht nadat Nederlandse nationaalsocialisten hun schuilplaats hadden ontdekt en zij hun vader, Jo Reiner, hadden vermoord. Na aankomst in het kamp op 9 februari 1945 werd de familie van elkaar gescheiden.
ยฉ United States Holocaust Memorial Museum, Washington D.C., No. 08049, met dank aan Toni Heller
Transcriptie
[groen gemarkeerd:]
8 Straf-Barakken
Weeshuis
Ziekenhuis-Terrein
Nadat de laatste deportatietrein op 13 september 1944 uit Westerbork was vertrokken, zaten er nog een paar honderd gevangenen in het kamp, voornamelijk Joden die om verschillende redenen voorlopig van transport waren vrijgesteld. Er waren ook geรฏnterneerden die ondergedoken waren geweest maar die waren ontdekt of verraden en die opgesloten zaten in aparte strafbarakken. Voor kinderen, zieken en gewonden werd een uitzondering gemaakt.
Moeder en Sol werden opgesloten in de strafbarakken en moesten in de werkplaats batterijen demonteren. Marco werd naar een barak gestuurd die als weeshuis was ingericht, en ik lag in de ziekenhuisbarakken. Weiter
Ik werd wakker in een schoon bed. Het was afschuwelijk om te ontwaken en te beseffen dat vader er niet meer was.
In het bed van de ziekenhuisbarak liggend, probeerde ik me voor te stellen hoe hij zich misschien in veiligheid had kunnen brengen, bijvoorbeeld door naar de boerderij van de familie Moes te rennen of naar Nieuwlande. Telkens als ik โs morgens wakker werd, drong de bittere realiteit weer tot mij door en voelde ik het gemis. Vader had een offer gebracht en daar bewonderde ik hem om, maar ik voelde me ook schuldig dat ik nooit meer iets kon terugdoen. Dat ik in mijn been was geschoten maakte me symbolische deelgenoot van zijn daad, waardoor ik me wat minder schuldig voelde.
ยฉ NIOD, Beeldbank WO2, No. 66243
Tegen de tijd wat wij in Westerbork aankwamen, vonden er geen transporten naar het Oosten meer plaats. Weiter
Desondanks bleef de angst bestaan dat de transporten werden hervat. We wisten dat tante Eva sinds mei 1943 niet meer in het kamp was, maar we wisten niet dat ze niet meer in leven was (โฆ). We ontvingen voedselpakketten van het Rode Kruis. Ik had geen honger, en op mijn verzoek gaf รฉรฉn van de zusters mijn pakket aan moeder en Sol. Ik had geen behoefte aan eten, ik had behoefte aan familie.
Kampcommandant Gemmeker liep met een strenge en dreigende blik door het kamp. Maar met Pesach gaf hij ons toestemming om matses te bakken en tot tien uur de sedermaaltijd te nuttigen. Er waren mensen die wisten wanneer het Pesach was en die de haggada uit het hoofd kenden. Ik at de matse, zei โPesach-Matzah-Marorโ en vervulde mijn religieuze plicht.
Hoelang waren de familieleden van elkaar gescheiden?
Ab zag zijn moeder Lou, zijn neef Sol en zijn broer Marco weer terug na de bevrijding van het kamp in april 1945. Toen zij waren herenigd, konden de familieleden eindelijk samen rouwen om hun vermoorde vader.
ยฉ NIOD, Beeldbank WO2, No. 66445
Op 12 april 1945 bevrijdden Canadese troepen meer dan 850 Joodse mannen en vrouwen die nog in kamp Westerbork zaten. De vorige dag hadden kampcommandant Gemmeker en leden van zijn staf het kamp verlaten.
Na hun bevrijding moesten de voormalige gevangenen nog enige maanden in het kamp blijven. Dit was een veiligheidsmaatregel, want er werd nog steeds gevochten. Bovendien wilden de Nederlandse en Canadese autoriteiten weten waarom deze Joodse gevangenen niet waren gedeporteerd en nagaan of zij met de Duitse bezetters hadden gecollaboreerd. De laatste gevangenen mochten Westerbork begin juli 1945 verlaten.
Toen de oorlog was afgelopen en het kamp was bevrijd, voelde ik geen blijdschap. Weiter
Het was geen vreugdevolle dag. Ik was bijna zestien, en ik wist dat ik mijn vader had verloren. Hij was degene die alle beslissingen voor ons nam, voor ons zorgde.
Ik wist dat niets meer zou zijn zoals het was. Vader zou mijn hand nooit meer vastpakken. Zolang vader bij ons was, kon ik ruzie met hem maken. Kon ik het als alwetende puber tegen hem opnemen. Nu ik hem kwijt was, besefte ik hoe belangrijk hij voor me was geweest. Hoe goed, slim en beschermend vader was.
De Canadese en Poolse soldaten bevrijdden het kamp, maar na de bevrijding herrees vader niet; niemand herrees. De bevrijding heeft ons alleen maar meer bewust gemaakt van de omvang van onze catastrofe.
Waarom kwam Jo van der Helm, die de familie Reiner bij haar en haar man had laten onderduiken, na de bevrijding naar kamp Westerbork?
Jo van der Helm wist dat Jo Reiner was vermoord en wilde weten wat er met de rest van de familie was gebeurd. Ze zocht de Reiners op in Westerbork. Hier vertelde ze hen ook dat haar man Jan van der Helm was vermoord.
ยฉ Privรฉbezit familie Rinat
Op een ochtend verscheen Jo in het kamp. Ze wist een paar dingen over onze arrestatie die wij niet wisten. Weiter
De naziโs die onze schuilplaats hadden ontdekt gingen vervolgens naar Jan, die op het land aan het werk was, en vroegen hem: โWie zitten er in je huis?โ Hierop holde Jan weg. Hij werd achtervolgd door รฉรฉn van die naziโs, iemand uit het dorp die hij kende en met wie hij ooit had samengewerkt, en die schoot hem dood.
Jan betaalde met zijn leven en Jo werd weduwe omdat zij ons bij hen hadden laten onderduiken. Omdat zij hun angst niet zwaarder lieten wegen dan hun betrokkenheid bij anderen. Jo bleef voor ons zorgen. Ze bleef Jo.
ยฉ Privรฉbezit familie Rinat
Waarom riskeerden deze mensen hun leven door ons bij hen te laten onderduiken? Weiter
Ik denk dat zij handelden uit een innerlijke overtuiging. Jaren later heb ik Jo gevraagd waarom zij deed wat zij heeft gedaan. โHet is heel eenvoudig, je kunt mensen in nood niet zonder hulp achterlaten,โ zei ze. Voor die hulp heeft zij duur betaald, maar ze heeft geen spijt van wat ze had gedaan. Ze had een sterke persoonlijkheid, was heel bijzonder en inspirerend.
Vader en Jan van der Helm werden begraven in Hollandscheveld op een plek vlak bij het dorp waar ook geallieerde piloten lagen wier vliegtuigen waren neergehaald. Op Jans grafsteen staat: โHier rust tot de jongste dag het stof van onze geliefde man en vader.โ
De eerste trein uit Westerbork naar concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz vertrok op 15 juli 1942. In de twee jaar daarna werden met drieรซnnegentig transporten ongeveer 100.000 Joden vanuit Westerbork gedeporteerd. De meeste treinen gingen naar Auschwitz, maar een aantal hadden Sobibor, Bergen-Belsen of Theresienstadt als bestemming.
Van de 107.000 Joden die uit Nederland zijn gedeporteerd hebben slechts 5000 de bevrijding meegemaakt. Van de 245 eveneens gedeporteerde Sinti en Roma hebben naar schatting circa dertig personen de oorlog overleefd.
De deportaties werden grotendeels georganiseerd door het in Berlijn gevestigde Reichssicherheitshauptamt (RSHA), de centrale inlichtingen- en veiligheidsdienst van het Derde Rijk. De โAfdeling Joodse Aangelegenhedenโ IV-B-4, onder leiding van Adolf Eichmann, bepaalde hoeveel Joden uit welk land er gedeporteerd werden. In Nederland voerde de โAfdeling Joodse Aangelegenhedenโ van de Duitse Sicherheitspolizei (SiPo) en Sicherheitsdienst (SD) in Den Haag de Berlijnse instructies uit. Deze afdeling liet de commandant van Westerbork weten hoeveel Joden op een bepaalde dag gedeporteerd moesten worden. De kampcommandant was verantwoordelijk voor de selectie van degenen die op transport werden gesteld, een taak die hij doorgaans overliet aan de Joodse medewerkers van de kampadministratie.