Bergen-Belsen

Hoofdstuk 6
00 header image ch6 web

De nazi’s deporteerden duizenden Joden uit de bezette landen naar het concentratiekamp Bergen-Belsen. Ze wilden deze Joodse gijzelaars uitwisselen met Duitsers die zich in vijandige landen bevonden, of losgeld voor de gevangenen vragen. De families Tal en Levenbach werden allebei naar ‘uitwisselingskamp’ Bergen-Belsen gedeporteerd en hoopten van daaruit vrij te komen.    
Ten tijde van hun deportatie werden Joden al systematisch vermoord. De Joodse gijzelaars in Bergen-Belsen liepen ook groot gevaar. Zodra zij niet meer van nut waren voor de SS werden ook zij gedeporteerd en om het leven gebracht.

Wanneer werden de eerste Joden van Nederland naar Bergen-Belsen gedeporteerd?

Op 11 januari 1944 werden 1037 Joden per passagierstrein van Westerbork naar Bergen-Belsen overgebracht, onder hen bevond zich ook de familie Tal. Vanaf het perron moesten de gevangenen zes kilometer lopen naar het kamp.

Het perron bij Bergen. Gezien vanaf de brug over de spoorlijn, 28 april 1945
The Breman Jewish Heritage Museum, Atlanta, GA / Charles Curtis Mitchell Family Papers collection, No. CCM 405.006, publiek domein

Het was koud, het sneeuwde, en de SS’ers met honden en geweren stonden op het perron te wachten. Ze schreeuwden tegen ons dat we snel uit de trein moesten komen.

Chanan
Chanan
Zelfportret van Louis Asscher, 1943
© Privébezit familie Asscher

De tekeningen in dit hoofdstuk zijn gemaakt door Louis Asscher. Tegelijk met de familie Tal kwamen hij en zijn familie op 11 januari 1944 aan in Bergen-Belsen. In het kamp maakte hij in het geheim tekeningen van het dagelijks leven van de gevangenen. 
Louis Asschers tekeningen behoren tot de weinige afbeeldingen die van het kamp bestaan. Hij had papier en potloden meegenomen vanuit Amsterdam, naast andere bagage die hij in één enkele rugzak moest vervoeren.

Hoe waren de leefomstandigheden in het uitwisselingskamp?

Aangezien het de bedoeling was de geïnterneerden uit te wisselen, waren de omstandigheden in Bergen-Belsen anders dan die in de andere concentratiekampen. Toch waren ook hier de leefomstandigheden niet best en verslechterden alleen maar. Het kamp was verdeeld in verschillende delen.

Barakken in het sterrenkamp. Tekening van Louis Asscher, Bergen-Belsen, 1944/1945
© Privébezit familie Asscher

Ons gedeelte van het kamp heette het ‘Sternlager’, oftewel het ‘sterrenkamp’, omdat we allemaal een gele ster droegen.

Chanan
Chanan
Interieur van een barak. Tekening van Louis Asscher, Bergen-Belsen, 1944/1945
© Privébezit familie Asscher

Mijn vader Sander en ik zaten in barak 13, net als Dolf en Joost, Annelie’s vader en broer. We sliepen in stapelbedden die 60 cm breed waren.

Chanan
Chanan
Interieur van een barak voor ouderen. Tekening van Louis Asscher, Bergen-Belsen, 1944/1945
© Privébezit familie Asscher

In Bergen-Belsen zaten moeder, Marion, Ruth en ik in barak 21.

Noomi
No'omi
‘Bejaardenhuis’. Tekening van Louis Asscher, Bergen-Belsen, 1944/1945
© Privébezit familie Asscher

Oma Netta zat niet in dezelfde barak als wij. Zij was ondergebracht in het ‘Altersheim’, de barak voor de ouderen. We zagen haar bijna nooit. Zelfs niet als het appèl werd afgenomen.

Noomi
No'omi
Luchtfoto genomen door de Britse Royal Air Force op 17 september 1944
© National Collection of Aerial Photography, Edinburgh, United Kingdom, NCAP_ACIU_106G_2946_3051. All rights reserved

Op 17 september 1944 nam een Brits verkenningsvliegtuig foto’s van Bergen-Belsen. In de rechterbovenhoek van de foto is een groep mensen te zien in vierkante formatie op de appèlplaats van het Sterrenkamp. Op het moment dat de foto werd genomen nam de SS een appèl af. De SS’ers gebruikten de appèls vaak als een gelegenheid om de gevangenen lastig te vallen en te mishandelen. 
Barak 12, waar Ruth en No'omi zaten, samen met moeder Fré en Marion, is oranje gemarkeerd. Annelie Levenbach en haar moeder Liesje zaten ook in deze barak. 
Barak 13, waar Chanan was ondergebracht samen met vader Sander, is paars gemarkeerd. Annelie’s broer Joost en haar vader Dolf zaten ook in deze barak. 
De zwarte lijn geeft de grenzen aan van het Sterrenkamp in september 1944.

Dagelijks vond het gehate appèl plaats op de ‘Appellplatz’.

Chanan
Chanan
Wachttoren. Tekening van Louis Asscher, Bergen-Belsen, 1944/1945
© Privébezit familie Asscher

Het kamp was omheind met hekken van prikkeldraad die onder stroom stonden. Er waren ook wachttorens met gewapende kampbewakers, die ’s avonds de schijnwerpers aanzetten en het kampterrein afspeurden.

Chanan
Chanan
Keuken nr. 2. Tekening van Louis Asscher, Bergen-Belsen, 1944/1945
© Privébezit familie Asscher

Het eten in Bergen-Belsen was afschuwelijk, en veel te weinig.

Chanan
Chanan
Een half brood. Tekening van Louis Asscher, Bergen-Belsen, 1944/1945
© Privébezit familie Asscher

Zo nu en dan hoorden we iemand klagen of huilen dat haar of zijn brood was verdwenen: ‘Ze hebben het van me weggenomen, ze hebben het van me gestolen.’

Noomi
No'omi

De hoeveelheid en de kwaliteit van het voedsel dat we kregen was natuurlijk niet voldoende om van te leven.

Chanan
Chanan

Moesten de geïnterneerden in het Sterrenkamp werken?

De meeste gevangenen die hier zaten moesten werken, maar er werden uitzonderingen gemaakt voor kinderen, zieken en ouderen.

Werkbarakken. Tekening van Louis Asscher, Bergen-Belsen, 1944/1945
© Privébezit familie Asscher

Wie geschikt was om te werken, moest elke morgen om 6 uur met een arbeidscommando mee om ergens buiten het kamp arbeid te verrichten.

Chanan
Chanan

Moeder werkte in het kamp; ze moest toezicht houden in de barak.

Chanan
Chanan

Wat gebeurde er als er conflicten waren in het Sterrenkamp?

Het gebrek aan voedsel, kleding en andere spullen leidde tot diefstal en conflicten. Met toestemming van de SS mochten de gevangenen een rechtscommissie oprichten waar geschillen werden beslecht. Op deze manier zorgden de gevangenen zelf mede voor de orde in het kamp.

Eetgerei. Tekening van Louis Asscher, Bergen-Belsen, 1944/1945
© Privébezit familie Asscher

Moeder had de moeilijke taak het eten in de barak te verdelen. Er ontstond ruzie.

Noomi
No'omi

Iemand riep de plaatsvervangend ‘Jüdenältester’ (‘Joodse kampoudste’; de vertegenwoordiger van de gevangenen) erbij, Jupp Weiss. Hij luisterde, vond moeders uitleg overtuigend, en slaagde erin de gemoederen tot bedaren te brengen.

Noomi
No'omi
Josef Weiss in 1945
© Privébezit Hans-Dieter Arntz

Net als in alle andere concentratiekampen stelde de SS ook in het uitwisselingskamp gevangenen aan als ‘Lagerälteste’ (‘kampoudsten’) en ‘Blockälteste’ (‘blokoudsten’). Deze gevangenen zaten in een moeilijke positie. Ze moesten de bevelen van de SS uitvoeren en hadden maar weinig handelingsvrijheid. De SS maakte gebruik van het zelfbestuur van de gevangenen.
Josef (Jupp) Weiss was eerst plaatsvervangend ‘Judenältester’ in het Sterrenkamp. Vanaf 1944 vervulde hij die functie zelf. Hij probeerde het leed van de gevangenen te verlichten.           
Josef Weiss en zijn gezin waren in 1933 uit Duitsland naar Nederland gevlucht. In januari 1944 werden zij naar het uitwisselingskamp Bergen-Bergen gedeporteerd.

Berg met schoenen. Tekening van Louis Asscher, Bergen-Belsen, 1944/1945
© Privébezit familie Asscher

De gevangenen in het uitwisselingskamp moesten onder andere schoenen uit elkaar halen. De goede stukken werden hergebruikt. De oude schoenen werden op een grote hoop gegooid. Het werk in de stoffige werkbarakken was een smerige aangelegenheid. Twee SS’ers hielden toezicht op het werk en vielen de gevangenen geregeld lastig.

In het kamp wist ik op één of andere manier aan schoenmakersspullen te komen: een schoenleest, hamer, mes en een schoenmakersrasp. Hiermee kon ik schoenen repareren.

Chanan
Chanan

Zoals overal, kwam het ook voor dat er niet betaald werd voor goederen en diensten. Als het mij overkwam, stapte ik naar de rechtscommissie.

Chanan
Chanan
De uitspraak van de rechtscommissie
© Privébezit familie Tal

Transcriptie

Op verzoek van de rechtscommissie bepaal ik hierbij dat bij de eerstvolgende verdeling van broodsoep het rantsoen bestemd voor Mojzesz A. Lemmler aan Chanan Tal zal worden gegeven.
B.B. 13 [december] 1944
Der Judenälteste: J. Albala.
Voor barak 13.

Ik weet van twee gevallen die door de gevangenenrechtbank zijn behandeld. Chanan vertelde mij over het eerste.

Noomi
No'omi

Nog een hartverscheurend geval, waar ik met droefheid aan terugdenk, is een vrouw die brood had gestolen.

Noomi
No'omi

Werden er gevangenen uit het Sterrenkamp uitgewisseld?

In het Sterrenkamp zaten rond de 1300 gevangenen die papieren hadden die hen toegang gaven tot Palestina. Slechts 222 van hen werden inderdaad uitgewisseld: in de zomer van 1944 werden zij per trein via Istanboel naar de vrijheid getransporteerd.

Het treinstation van Istanboel
© Privébezit familie Tal

Op een bepaald moment begonnen ze een lijst op te stellen van mensen, de ‘Palestina-groep’, die uitgewisseld zouden werden met Duitse staatsburgers.

Noomi
No'omi

Toen de uitwisselingsgroep in Palestina aankwam, herkende oom Jacques zijn moeder eerst niet, zo erg was ze vermagerd en verouderd in de zes maanden die ze in Bergen-Belsen gevangen had gezeten.

Chanan
Chanan
Grootmoeder Ronetta Vaz Dias-Elzas’ visum voor Palestina
© Privébezit familie Tal

Transcriptie

Regering van Palestine
Departement van Migratie
Dossiernr. … Registratievolgnr. [onleesbaar]
Hierbij verklaar ik dat Vas Dias, R[o]netta – toestemming is verleend in Palestina te verblijven als immigrant krachtens de Immigratieverordening, 1933.
10.7.1944 [onleesbaar] Adjunct-commissaris Migratie
Hoofd grenscontrole, Haifa Port

Over de reis schreef grootmoeder Ronetta Vaz Dias in haar dagboek: 

‘Vrijdagmorgen, 30 juni 1944. Om 3 uur ’s nachts liepen we van Bergen-Belsen naar [het treinperron], om 5 uur kwamen we aan en om 7 uur vertrokken we naar Wenen. Zaterdagmorgen om 9 uur arriveerden we in Wenen. We werden overgebracht naar een tehuis voor daklozen, netjes en schoon, uitstekend gegeten. Op zondagmorgen werden we ingeënt tegen pokken. Om 5 uur ’s middags gingen we [per trein] naar Istanboel. In de restauratiewagon was de bediening uitstekend en het eten zeer smakelijk. Zoiets heb ik dit jaar nog niet meegemaakt.’ 

De spoortunnel bij Rosh Hanikra, tussen Libanon en Israël, mei 1951, foto: Benno Rothenberg
© Meitar Collection/The Pritzker Family National Photography Collection, The National Library of Israel

Oom Jacques Vaz Dias, de broer van moeder Fré Tal, beschrijft de gebeurtenis vanuit zijn perspectief:

"Wonderbaarlijk genoeg zat mijn moeder bij de uitwisselingsgroep. Ze kwamen uit Wenen, reisden per trein door de Balkan en gingen met een veerboot naar Turkije. Nu ontfermde het Rode Kruis zich over hen, konden ze de gele ster verwijderen en waren in vrijheid. Daarna volgde een lange treinreis door Turkije, Syrië en Libanon naar het [Eretz] Israel."

Waarom verslechterden de leefomstandigheden in het uitwisselingskamp vanaf de zomer van 1944?

De nationaalsocialisten deporteerden steeds meer gevangenen naar het uitwisselingskamp. Maar in plaats van hier meer ruimte te bieden, propten ze juist meer geïnterneerden in de barakken. Die raakten overvol en de sanitaire voorzieningen waren volstrekt ontoereikend.

Stapelbed voor drie personen. Tekening van Louis Asscher, Bergen-Belsen, 1944/1945
© Privébezit familie Asscher

In het begin waren er alleen tweepersoons stapelbedden, maar in de zomer van 1944, toen ze begonnen met het overbrengen van gevangenen uit andere kampen naar Bergen-Belsen, maakten ze er driepersoons stapelbedden van.

Chanan
Chanan
Luchtfoto genomen door de Britse Royal Airforce, 13 september 1944
© National Collection of Aerial Photography, Edinburgh, United Kingdom, NCAP_ACIU_16_1172_4084. All rights reserved

Vanaf het begin maakte het uitwisselingskamp Bergen-Belsen onderdeel uit van het systeem van concentratiekampen. Dit was nog een reden waarom de leefomstandigheden van de gevangenen ellendig waren en nog verder verslechterden.

Vanaf maart 1944 bracht de SS ook zieke en verzwakte mannen uit andere kampen naar Bergen-Belsen. Op deze manier wilde de SS er zeker van zijn dat de wapenproductie in de andere kampen soepel bleef verlopen. Met de toestand van de gevangenen hielden zij geen rekening. Deze mannen werden in een nieuw deel van het kamp ondergebracht, het mannenkamp.

Vanaf augustus 1944 werden er ook vrouwen uit andere concentratiekampen naar Bergen-Belsen gedeporteerd. Duizenden van hen werden door de SS vervolgens doorgestuurd om ergens anders tewerkgesteld te worden. Anderen, vooral zieke en zwangere vrouwen, bleven in Bergen-Belsen achter. Deze vrouwen werden eveneens in een nieuw deel van het kamp ondergebracht, het vrouwenkamp.

Hoe hielden de families de moed erin?

De familieleden trotseerden de ellende in het kamp met allerlei dagelijkse bezigheden en hobby’s, verjaardagsfeestjes en het lezen van boeken. Het nieuws over het verloop van de oorlog gaf hen hoop, en uit de pakketten die zij ontvingen bleek dat zij niet waren vergeten.

Geallieerde vliegtuigen: formatie van de 401st Bomb Group Boeing B-17 “Flying Fortresses” op weg naar de thuisbasis in England, april 1945
© Alamy, ID 2T600PC

Vanaf de zomer van 1944 zagen we Amerikaanse en Britse vliegtuigen overvliegen.

Chanan
Chanan
Liedje dat Naomi schreef voor de 41ste verjaardag van haar vader op 24 oktober 1944
© Privébezit familie Tal

Voor vaders verjaardag spaarden we brood om een taart voor hem te maken.

Noomi
No'omi
Wasgoed aan de lijn. Tekening van Louis Asscher, Bergen-Belsen, 1944/1945
© Privébezit familie Asscher

Ondanks de appèls, de kou, de honger, de ziekten en de doden, hielden we vast aan onze dagelijkse routines. We maakten schoon, wasten en aten wat er te eten viel.

Noomi
No'omi
Etiket van één van de pakketten die in Bergen-Belsen aankwamen
© Gedenkstätte Bergen-Belsen

Nu en dan ontvingen de gevangenen in het uitwisselingskamp pakketten van hulporganisaties. De pakketten werden gecontroleerd door de SS, die er soms spullen uithaalde voordat ze aan de gevangenen werden gegeven. Voor hen waren de pakketten niet alleen een welkome aanvulling van het kampvoedsel, maar ook een teken dat ze niet waren vergeten.

De inhoud werd onder ons allemaal verdeeld, ongeacht wie de geadresseerde was. Dit gebeurde misschien twee of drie keer. Telkens zorgde het voor de nodige opwinding en het was ook heel bemoedigend.

Noomi
No'omi
Een groepje gevangenen. Tekening van Louis Asscher, Bergen-Belsen, 1944/1945
© Privébezit familie Asscher

De plaats waar je kunt zitten wordt kleiner en kleiner, maar er is nog steeds een hoekje waar een tafel staat.

Noomi
No'omi
Enkele cadeautjes die de tweeling kreeg voor hun verjaardag en bat mitswa
© Privébezit familie Tal / Gedenkstätte Bergen-Belsen

Transcriptie

Ruth – Ruth
R – Ruth
Jullie – jullie

Hier zitten we, Ruth en ik en al onze vrienden. Ze vieren onze bat mitswa. Iedereen heeft iets meegebracht.

Noomi
No'omi
Omslag van het boek “Joop ter Heul’s problemen’”
Cissy van Marxveldt, Joop ter Heul’s problemen. Met illustraties van Is. van Mens, Valkhoff & Co. Amersfoort, 4e dr. (ca. 1925)

Toen we naar Bergen-Belsen gingen mocht ik maar twee boeken inpakken, want we mochten niet veel bagage meenemen.

Annelie
Annelie
Omslag van ‘De H.B.S-tijd van Joop ter Heul’
Cissy van Marxveldt, ‘De H.B.S.-tijd van de Joop ter Heul’, Met illustraties van Is. van Mens, Valkhoff & Co. Amersfoort, 8e dr. (1926)

Wonderbaarlijk genoeg wist ik in de laatste maanden in Bergen-Belsen aan nog een ander boek van Cissy van Marxveldt te komen.

Annelie
Annelie

Waardoor verslechterden de omstandigheden vanaf december 1944?

De SS wilde voorkomen dat de concentratiekampgevangenen werden bevrijd en ontruimde de kampen waar de geallieerde strijdkrachten dichterbij kwamen. Vanaf eind 1944 werd Bergen-Belsen de eindbestemming van de evacuatietransporten en dodenmarsen uit de andere kampen.

Josef Kramer (tweede van rechts) in het SS-vakantieoord Solahütte bij Auschwitz, vermoedelijk juli 1944
© United States Holocaust Memorial Museum, Washington, D.C., No. 34755

In december 1944 werd Josef Kramer aangesteld als commandant van Bergen-Belsen. Hiervoor was hij commandant geweest van het concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau, waar hij onder meer verantwoordelijk was voor de moord op 300.000 Hongaarse Joden. Na zijn aanstelling in Bergen-Belsen verslechterden de leefomstandigheden van de gevangenen aanzienlijk. 
Op deze foto – vermoedelijk daterend van juli 1944 – staan vooraanstaande SS-officieren in het SS-recreatieoord Solahütte bij Auschwitz. Van links naar rechts: de arts Josef Mengele; voormalig kampcommandant van Auschwitz Rudolf Höss; de toenmalige commandant van Auschwitz-Birkenau Josef Kramer; en Anton Thumann.

Luchtfoto genomen door de Britse Royal Airforce, 13 september 1944
© National Collection of Aerial Photography, Edinburgh, United Kingdom, NCAP_ACIU_16_1172_4084. All rights reserved

Om de nieuwe gevangenen in Bergen-Belsen onder te brengen had de SS meer ruimte nodig. De uitwisselingsgevangenen werden in steeds minder barakken gepropt. Ook het mannenkamp en het vrouwenkamp waren overvol, ook al namen beide delen van het kamp steeds meer ruimte in. Midden januari 1945 droeg de Wehrmacht, het Duitse leger, het terrein van een krijgsgevangenenkamp dat grensde aan het concentratiekamp over aan de SS. Nieuwe vrouwelijke gevangenen werden hier ondergebracht. Het vrouwenkamp nam nu het grootste gedeelte van concentratiekamp Bergen-Belsen in beslag.

Welke gevolgen had de verdere verslechtering van de leefomstandigheden voor de familie Tal?

Kort na de verjaardag van Ruth en No’omi op 5 december 1944 werden de gevangenen nog meer op elkaar gepropt. Niet lang hierna werd Ruth ziek en overleed. Moeder Fré liep tyfus op, vader Sander raakte ernstig verzwakt en Chanan kreeg ook tyfus.

Spijker die Chanan vond op de plaats waar barak 21 stond
© Privébezit familie Tal

Net als iedereen moesten ook wij nog meer inschikken. Twee personen in een bed.

Noomi
No'omi

Ruth was erg ziek. Haar toestand verslechterde heel snel.

Noomi
No'omi
34 image ch6 web

Ruth Tal

1932-1945

© Privébezit familie Tal

Die winter overleed onze zus Ruth op 3 januari 1945, 18 tevet 5705 volgens de Joodse kalender, op 12-jarige leeftijd.

Chanan
Chanan
De appèlplaats. Het plein waar de gevangenen werden geteld. Tekening van Louis Asscher, Bergen-Belsen, 1944/1945
© Privébezit familie Asscher

We liepen achter de kar aan waar de doden van die dag op waren gelegd, vader en ik samen. We staken de appèlplaats over en liepen naar de poort van het kampterrein.

Noomi
No'omi

Op de terugweg vertelde vader mij over rabbi Meir en zijn vrouw Bruria.

Noomi
No'omi

Vader zei: ‘Zing! Zo moet je je haar herinneren.’

Noomi
No'omi
Onder nummer 323 in het handgeschreven dodenregister van Josef Weiss is het overlijden van Ruth Tal opgenomen
© Ghetto Fighters‘ House Museum, Israel, catalogus nr. 528, register nr. 13959, pagina 93

Transcriptie

323 Tal Ruth [geboren] 5.12.32 [overleden 3.1.45, uur] 21.0

De kampoudste, Josef Weiss, registreerde alle sterfgevallen in het Sterrenkamp. Op een genummerde lijst noteerde hij naam, geboortedatum en overlijdensdatum, en tijdstip van overlijden. 
Begin januari 1945 waren hier al meer dan 320 gevangenen overleden aan honger en ziekten. Van de ongeveer 4500 geïnterneerden van het Sterrenkamp overleden er nog honderden voordat het kamp werd bevrijd.

Sneeuw in het kleine kamp. Tekening van Henri Pieck
uit: Henri Pieck, Buchenwald. Zeichnungen aus dem Konzentrationslager, Frankfurt am Main 1981

Dit schilderijtje is van Henri Pieck, een Nederlandse schilder die gevangen zat in concentratiekamp Buchenwald, maar dat de omstandigheden in Bergen-Belsen in de winter van 1945 goed weergeeft. Daarom koos Chanan het uit ter illustratie van deze tekst.

Vader Sander was een slanke man met een gezonde eetlust. Het weinige eten dat hij kreeg was voor hem niet genoeg.

Chanan
Chanan

De laatste winter was de ergste van allemaal. De omstandigheden verslechterden, overal was wanhoop en dood.

Chanan
Chanan
Belsen: April 1945. Schilderij van Doris Zinkeisen
© IWM, ART LD 5467

Doris Zinkeisen kwam na de bevrijding in het concentratiekamp als ‘oorlogskunstenaar’, die in opdracht van het Britse leger tekeningen en schilderijen maakte. Dit schilderij komt overeen met No’omi’s indruk van de stapels lijken in het voorjaar van 1945 in Bergen-Belsen.

Stapels dode mensen; het was zo afschuwelijk dat je het bijna niet kon geloven.

Noomi
No'omi

Wat waren de gevolgen van de verslechterende leefomstandigheden voor de familie Levenbach?

Annelie’s vader, Dolf Levenbach, overleed in Bergen-Belsen. Omdat haar moeder en broer de volgende dag moesten werken, was het alleen Annelie die de kar met het lijk van haar vaders lichaam naar het hek van het Sterrenkamp begeleidde.

39 image ch6 web

Dolf Levenbach

1891-1945

© Privébezit familie Tal

Vader overleed op 3 maart 1945 op 54-jarige leeftijd.

Annelie
Annelie
Eetgerei en andere voorwerpen, gevonden in het voormalige concentratiekamp Bergen-Belsen
© Gedenkstätte Bergen-Belsen

Toen hij op het einde niet langer meer op kon staan, kwam ik elke dag naar hem toen om hem rapensoep te geven.

Annelie
Annelie

Tijd om te rouwen was er niet; we hadden het te druk met overleven.

Annelie
Annelie
Onder nummer 748 in het handgeschreven dodenregister van Josef Weiss is het overlijden van Dolf Levenbach opgenomen
© Ghetto Fighters‘ House Museum, Israel, catalogus nr. 528, register nr. 13959, pagina 106

Transcriptie

748 Levenbach Adolf, [geboren] 15.6.91 [overleden] 3.3.45 [uur] 13.0

In Josef Weiss’ dodenregister van het Sterrenkamp is maar een fractie opgenomen van het totaal aantal doden in het kamp Bergen-Belsen. Van de in totaal 120.000 gevangenen die naar het uitwisselingskamp, het mannenkamp en het vrouwenkamp waren gedeporteerd, waren er 38.000 overleden toen Bergen-Belsen op 15 april 1945 werd bevrijd. Nog eens 14.000 mensen stierven in de weken erna als gevolg van hun gevangenschap.
Kampcommandant Josef Kramer en zijn staf van SS’ers probeerden later de verantwoordelijkheid voor het leed en de dood van tienduizenden gevangenen van zich af te schuiven. Ze zouden niet in staat zijn geweest te voorkomen dat de SS-leiding deze mensen op dodenmarsen en evacuatietransporten naar Bergen-Belsen stuurde. De kampcommandant had echter direct invloed op de leefomstandigheden van de gevangenen in Bergen-Belsen. Zo verminderde de kampleiding de rantsoenen voor de gevangenen, ook al was de hoeveelheid voedsel en medicijnen in het kamp groot genoeg.